Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo oordeelt de kerkelijke christologie, niet op wetenschappelijke, maar op geestelijke gronden. Hiermede is echter niet gezegd, dat dit wetenschappelijk onbelangrijk zou zijn. Wat wij aanhaalden van Schweitzer's theorie strekt ten bewijze, dat een bepaalde soort van wetenschap, met bepaalde rationalistische of positivistische onderstellingen, volstrekt niet het recht heeft zich voor alleen wetenschappelijk te houden. Veel minder nog om datgene, wat buiten haar bereik valt binnen haar bereik te trekken en om te vormen tot wat aan haar maatstaf beantwoordt. In zooverre leven wij in een beteren tijd dan in dien van de suprematie der rationalistische wetenschap, ook in hare theologische toepassing. Als men b.v. leest wat Bultmann over de christologie van het N. Testament schrijft, is men mijlen ver verwijderd van de oude rationalistische onderstellingen. Het „Christusereignis" is centraal. „Was Jesus alsOffenbarung Gottes verkündigt ist er selbst, ist Christologie" *) geldt van de Johanneïsche litteratuur, maar van deze niet alleen. Zij geldt van het geheele N. Testament. Dergelijke uitingen zijn alleen mogelijk in een sfeer, die plaats laat voor de verscheidenheid, de meerdimensionaliteit der werkelijkheid. Hiermede wordt, meer dan vroeger, rekening gehouden. Er komt zoo ruimte voor de erkenning, dat er een hemelsbreed onderscheid bestaat tusschen de verschijnselen der natuur en die van het geestelijke leven; dat dit laatste niet te doen heeft met verschijnselen slechts, maar met geestelijke grootheden, die zich niet in verschijnselen laten oplossen; dat deze grootheden slechts kunnen worden onderkend door een geest, die er mede verwant is, en er zin voor heeft. Dit is iets geheel anders dan wat wij godsdienstig en bepaaldelijk christelijk geloof noemen. Voor dit laatste stellen wij de voorwaarde van openbaring, in den zin van actie van Gods Geest, en van geloof als de reactie op de openbaring. Maar in elk geval is er eenige opening gekomen voor wat uitgaat boven de beperkte sfeer en methodiek van empirie en redelijkheid alleen. Zóó veel is zeker, dat de kerkelijke belijdenis der incarnatie berust op het kerygma der apostelen en dat dit teruggaat op het zelf-getuigenis van Jezus Christus. Dat er destijds een zekere geestelijke sfeer bestond, die als Orientalisme of Hellenisme wordt aangeduid, en die geladen was met zekere voorstellingen, gevoelens en verwachtingen, welke aan de incarnatie herinneren,

x) Rudolf Bultmann, Glauben und Verstehen. Ges. Aufs. 1933, S. 265. Vgl. ders., Zur Frage der Christologie, Zwischen den Zeiten, 1927, S. 41 ff.

Sluiten