Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog zien hoe men, bepaaldelijk in verband met het sacrament, toch de grenzen dreigt uit te wisschen. Trouwens, zoowel de scholastiek als de mystiek openden hiertoe den weg. Het is van belang op beide in dit verband de aandacht te vestigen.

De scholastiek had tot taak zich rekenschap te geven van den inhoud des geloofs. Zij deed dit op verschillende wijze, al naar gelang zij meer op de rede of den wil, op de afhankelijkheid of de vrijheid, op de analogie of de paradox den nadruk legde. De eerste reeks wordt vertegenwoordigd door Thomas Aquinas en het realisme, de tweede door Duns Scotus en het nominalisme. Wij willen ons orienteeren aan Thomas Aquinas, die zich het meest aansluit bij de gegevens en de onderstellingen der oude Kerk, zoowel de theologische als de algemeene. In zijn Summa heeft hij de incarnatie breedvoerig behandeld. Hij gaat uit van hare gepastheid (convenientia).

Zij kan niet geacht worden volstrekt noodzakelijk te zijn; wèl betrekkelijk, „omdat zoo beter en gepaster het doel bereikt wordt." 1) De incarnatie wordt gemotiveerd door de zonde; anders zou zij er niet zijn. Zij is iets buitengewoons. „Dit gaat de grenzen van de volmaaktheid der natuur te boven, dat het schepsel met God persoonlijk vereenigd wordt." 2) En dit heeft inderdaad bij de vleeschwording plaats. Thomas is omzichtig in het gebruik van zijne woorden. Hij bedient zich bepaaldelijk van de woorden natuur en persoon. Natuur is het meest algemeene. Het is het beginsel van intrinsieke beweging. Vandaar dat de menschelijke natuur genomen wordt voor den geheelen mensch. Dit is dan hetzelfde wat vleesch wordt genoemd. Persoon is het meest bijzondere. Thomas gaat uit van de definitie van Boethius, volgens welke persoon is de individueele substantie van de redelijke natuur. Als God dus de menschelijke natuur aanneemt beteekent dat een vereeniging in zijn persoon. Dit beteekent, dat die natuur wordt aangenomen niet in het algemeen, maar in een individu. De Zoon van God wordt immers mensch, niet menschelijke natuur. Hier sluit Thomas zich aan bij de idee der enhypostasie, die wij Leontius zagen ontwikkelen. De menschheid bestaat in hem niet als iets on-persoonlijks, maar als iets in-persoonlijks, nl. zij is in de persoon

1) Thomas Aquinas, Summa Theol. P. 3 Q. i. A. 2.

2) Ibid. Q. 1. A. 3.

Sluiten