is toegevoegd aan uw favorieten.

De incarnatie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afhankelijkheid is hier het diepste gevoel. Hier is plaats voor hooger hulp, voor een greep van boven. Vandaar dat Schleiermacher aan de figuur van Christus hooge waarde toeschrijft. In hem is niet alleen het „Vor-bildliche", maar ook het „Ur-bildliche" van het „Gottes-bewusstsein" en de „Gottes-gemeinschaft". Wat hem met alle menschen verbindt is „die Selbigkeit der menschlichen Natur". Wat hem van andere menschen onderscheidt is „die stetige Kraftigkeit seines Gottes-bewusstseins". Dit heet „ein eigentliches sein Gottes in ihm". Dit is tegelijk een „ursprüngliche Tat der menschlichen Natur" en een „schöpferischer göttlicher Akt."1) Schleiermacher oefent critiek op de termen natuur en persoon. Het gaat eigenlijk niet aan, het woord natuur zoowel op het eindige zijn als op God toe te passen. Alleen de eerste toepassing is juist. Evenzoo acht hij onmogelijk bij twee naturen van éen persoon te spreken, omdat persoon een gestadige levenseenheid aanduidt, terwijl natuur het inbegrip van handelwijze en willen beteekent, waardoor het leven eerst wordt geregeld. De persoon van Jezus ontstaat eerst door de verbinding van het goddelijke en het menschelijke in hem. Beide zijn dan ook in hem onafscheidelijk en ongescheiden. Zóó is Jezus de mensch bij uitnemendheid, in wien de mensch dus zijne bestemming bereikt. „Wenn der Unterschied zwischen dem Erlöser und uns Anderen so festgestellt wird, dass statt unseres verdunkelten und unkraftigen das Gottesbewusstsein in ihm ein schlechthin klares und jeden Moment ausschliessend bestimmendes war, welches daher als eine stetige lebendige Gegenwart, mithin als ein wahres Sein Gottes in ihm betrachtet werden muss, so ist vermöge dieses Unterschiedes alles in ihm, dessen wir bedürfen, und vermöge seiner nur durch seine schlechthinige Unsündlichkeit begrenzten Gleichheit mit uns auch alles so, dass und wie wir es auch auf zu fassen vermogen. Namlich das Sein Gottes in dem Erlöser ist als seine innerste Grundkraft gesetzt von welcher alle Thatigkeit ausgeht, und welche alle Momente zusammenhalt; alles menschliche aber bildet nur den Organismus für diese Grundkraft, und verhalt sich zu derselben beides als ihr aufnehmendes und als ihr darstellendes System, so wie in uns alle andere Krafte sich zur Intelligenz verhalten sollen." Hij beroept zich daarbij op Paulus': God was in Christus, en op Johannes': het Woord is vleesch geworden, „denn Wort ist die Thatigkeit Gottes in der Form des Bewusstseins

*) a. a. O. S. 2r Th. § 94.