is toegevoegd aan uw favorieten.

De incarnatie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

life we have access as nowhere else, to the inmost nature of the divine. *) Pattison licht dit toe op eene wijze, die wij reeds vroeger hebben aangeduid en die ons niet verder dienen kan. Genoeg is, dat deze wijsgeer althans zin heeft voor één trek der incarnatie, als reëel en concreet. Deze realiteit en concreetheid bestaat allereerst hierin, dat wij te doen hebben met een persoon, met iemand, die het initiatief neemt en dit met goddelijke kracht. Op dit persoonlijke initiatief en dit als van God, komt het in de incarnatie allereerst aan. Maar dit initiatief werkt zich uit in deze wereld, in den vorm van een menschelijke bestaanswijze. Het geheele mensch-zijn wordt onverkort en onvoorwaardelijk in dienst van God gesteld. Het God-zijn en het mensch-zijn botst niet op elkaar. Het één doordringt het ander. Dit is het wat de kerkelijke leer der naturen van Christus heeft willen uitdrukken. Zij kwam er voor op, dat God-zijn en mensch-zijn wezenlijk twee zijn en twee blijven en dat zij tóch in de verschijning van Christus ten nauwste verbonden zijn en samenwerken. De Christus der Evangeliën was, zooals het uitgedrukt is, ,,eine einzige, kerzengerade, geschlossene Persönlichkeit." 2) Zóó hebben de apostelen Hem leeren kennen. Wèl hebben zij voor het geheim van zijn persoon zich eerbiedig gebogen, maar Hij was voor hen niet een onbegrijpelijk dubbel-wezen met een raadselachtig dubbel-bewustzijn. Trouwens, de geloovigen hebben Hem ook als eenheid erkend en de Kerk heeft zich vooral tot taak gesteld af te wijzen wat deze eenheid te na kwam door Christus öf in een mensch-in-schijn, öf een God-in-schijn, óf een mengsel van God-zijn en mensch-zijn op te lossen. Met de eenheid van zijn persoon valt de eenheid van zijn leven en zijn werk samen. Men heeft voor Christus laten gelden wat tegenwoordig veelszins voor aljwat mensch is als geldend wordt beschouwd, dat hij als eene levende eenheid wordt opgevat, als een mensch-in-zijn-geheel, opgenomen in het levens-verband van wat zijn wereld vormt, kortom als eene existentie; niet als een bewustzijn of rede of geest. Deze levens-werkelijkheid komt ook toe aan Hem, die de bovenmenschelijke portuur van Christus heeft.

Hiermede worden in allerlei richting projecties geworpen. Wel niet direct, maar dan toch indirect brengt de Christus-verschijning ons in verband met allerlei grootheden en categorieën, die behalve

1) A. Seth Pringle-Pattison, o. c. p. 157.

2) L. Fendt, a. a. O. S. 118.