Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloofsbelijdenissen der Kerk, van de oudste af, neemt zij een centrale plaats in. Men zie er de drie z.g. ecumenische geloofsbelijdenissen: het Nicaenum, het Nicaeno-constantinopolitanum en het Athanasianum of Quicunque, op aan. Ook de latere, b.v. die van de Kerken der Hervorming. Ook de kerkelijke liederen, gebeden, liturgische formulieren en handelingen, bepaaldelijk het H. Avondmaal. Dat hierover zóó fel gestreden is en zóó ver uiteenloopende opvattingen bestaan, moge tragisch zijn, deze tragiek heeft toch ook haar heroïek. Zij bewijst, hoe hartstochtelijk men er prijs op stelde den zin van het avondmaal te verstaan en te handhaven.

Het geestelijke leven der geloovigen heeft zich, blijkens de devotioneele litteratuur van alle tijden, gaarne in de incarnatie verdiept als in zijn bron. Augustinus' Confessiones beschrijven als het keerpunt in zijn leven de ontdekking van wat hij noemt: „welk een geheimenis de uitdrukking: Het Woord is vleesch geworden, inhield."1) Hij duidt dit later zóó aan: „Maar de waarachtige Middelaar, dien Gij naar uw verborgen ontferming den menschen getoond en gezonden hebt, om door zijn voorbeeld de ootmoedigheid te leeren, de Middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus Jezus, is verschenen tusschen de sterfelijke zondaren en den onsterfelijken Rechtvaardige, sterfelijk met de menschen, rechtvaardig met God, opdat, daar de bezoldiging der rechtvaardigheid het leven en de vrede is, Hij door de rechtvaardigheid, door welke Hij met God verbonden is, zou te niet doen den dood der gerechtvaardigde goddeloozen, dien Hij met hen gemeen wilde hebben. Deze is den heiligen van het Oude Verbond getoond, opdat zij evenzoo door het geloof in zijn toekomstig lijden zouden gered worden als wij door het geloof in zijn lijden, dat reeds heeft plaats gehad. Want in zooverre Hij mensch is, in zooverre is Hij Middelaar; in zooverre Hij echter Woord is, is Hij geen Middelaar, maar gelijk aan God en God bij God en tegelijk één God. Hoe zeer hebt Gij ons liefgehad, goede Vader, die uw eigen Zoon niet gespaard hebt, maar hebt Hem voor ons, goddeloozen, overgegeven. Hoe hebt Gij ons liefgehad, voor wie Hij, die geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn, gehoorzaam geworden is tot den dood des kruises, Hij, die alleen vrij is onder de dooden en macht heeft zijn leven af te leggen en macht heeft het wederom te nemen,

1) Augustinus, Confessiones, L. VII, C. 19.

Sluiten