Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De inhoud en onderstellingen der incarnatie zijn nu eenmaal van dien aard, dat zij ons stellen voor eene keus. Ze zijn „a prendre ou a laisser". Dit is de beteekenis van het bepalend lidwoord vóór incarnatie en voor den zin van dit woord zelf. Woord en vleesch, God en mensch zijn niet tot één te herleiden. Men kan de onderscheiding verzwakken door hetzij het goddelijke te herleiden tot eene kracht of werking, waaraan een mensch deel heeft, hetzij door het menschelijke op te lossen in een vorm of uitdrukking, die God zou aannemen. Hier vertoonen zich het adoptianisme en het docetisme in allerlei vormen en verbindingen. Men kan ook de onderscheiding uitwisschen door het goddelijke te maken tot eene waardeering van het menschelijke op zijn best, of door het metaphysische op te lossen in het ethische, het zijn in het willen; of door, omgekeerd, het willen op te heffen tot het zijn. Men kan dan een God-menschelijke persoon construeeren, zooals wij de Duitsche „Vermittlungstheologie" zagen doen, of, met toongevende Angelsaksen, de incarnatie beschouwen als „the expression of the ideal relation between God and man", waarbij dan onderscheiden wordt tusschen „special Incarnation in Christ" en „wider Incarnation in humanity."1) Het Eutychianisme heeft in de oude Kerk deze uitwissching van grenzen op de meest voorzichtige wijze geïllustreerd, maar het is niet geslaagd. Men kan ook de onderscheiding tot scheiding maken en de twee-heid van God en mensch doortrekken tot in de persoon van Christus, waardoor dan datgene, wat de wezenlijke beteekenis vormt van zijn verschijning: de verbinding van God en mensch, dreigt te worden illusoir gemaakt. Deze scheiding is niet slechts het werk van zekere theologen; zij is eigen aan veel populaire theologie en volksgeloof. Haar patroon is Nestorius geweest, deze dualist als tegen wil en dank. Ten slotte bestaat de mogelijkheid, dat het goddelijke en het menschelijke worden vermengd, tot een soort van samen-gesteld iets gemaakt, een half-god, een heros, die bij de onderstellingen van een godsdienst, waarvoor het wezenlijke onderscheid tusschen God en mensch niet bestaat moge passen, maar waarvoor het Christendom te eene male ontoegankelijk is. Vandaar de verontwaardiging waarmede de theorie van Arius werd afgewezen.

Met de incarnatie is dus eene betrekking gegeven, die zich als spanning uitdrukt en deze als onherleidbaar. Het geloof, en ook

*) W. Adams Brown, o. c. p. 351 f.

Sluiten