is toegevoegd aan uw favorieten.

De incarnatie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zondeloosheid noemen en zelfs zedelijke volkomenheid bij den mensch, is iets geheel anders dan de heiligheid, die aan Christus wordt toegekend, omdat deze bestaat in eene betrekking tot God, zóó innig en persoonlijk, als geen Christenmensch, zonder overmoed en zelfs blasphemie, zou durven nastreven.

Het is dus zóó, dat bepaalde onderstellingen van algemeenen aard de incarnatie uitsluiten en dat omgekeerd de incarnatie bepaalde onderstellingen insluit of medebrengt. Ik reken tot de eerste b.v. eiken vorm van monisme en van dualisme; tot de laatste de erkenning van de wezenlijke onderscheiding tusschen God en wereld en de verbinding van beiden in eene persoonlijke bestaanswijze zooals Christus in deze wereld heeft geleid.

Volgens dezen regel is er veel critiek op de incarnatie, die onvoorwaardelijk moet worden afgewezen, die nl. welke de incarnatie oplost, door de eenheid van tegendeelen, waarin zij bestaat, nl. die van God en mensch, te ondergraven of tegen te werken. Wordt de Christus herleid tot een mensch, zij het als een mensch op zijn best, een ideaal-mensch, dan moge plaats zijn voor openbaring of inspiratie — de incarnatie is losgelaten. Wij hebben hier te doen met het Adoptianisme uit de eerste eeuwen, dat in allerlei vormen telkens herleeft. Het is altijd weer het beroep op den historischen Christus, den mensch bij uitnemendheid. Kant heeft voor hem plaats gevonden, het oude modernisme zich op hem beroepen. En wij hooren Harnack voor velen klagen, dat de historische Christus door den praeëxistenten is verdrongen, de werkelijke door den denkbeeldigen, de persoon door het mysterie. In onzen tijd, die maar al te veel reden heeft om het humane en redelijke té wantrouwen, is voor dezen Jezus niet zooveel geestdrift meer. Dit beteekent nog iets meer dan eene verandering van ideaal. Het beteekent ook eene verandering van levensrichting. Het beroep op den menschelijken Jezus beteekent een vertrouwen op de kracht van het menschelijke streven. De beweging van den mensch naar God geldt als belangrijker dan de beweging van God naar den mensch. Idealisme is meer dan geloof, of geldt als geloof. Als dan ook Jezus wordt geacht de hoogste en voldoende openbaring van God te zijn, dan beteekent dit — en ziehier het bewijs voor den samenhang van geloofsvorm en geesteshouding —, dat de mensch in staat is, met behulp van God, zóó hoog op te klimmen, dat hij zijn bestemming bereikt. Het is waarlijk niet toevallig, dat Arius tegenover Athanasius, Pelagius tegenover Augustinus, de Socini