Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den ban breken, die menigeen, in naam der wetenschap, zou doen weigeren ernst te maken met de overweging van een geloofs-inhoud als de incarnatie. Ik denk b.v. aan de bestrijding van het materialisme door Prof. Eddington l) en van de ijzeren natuurwet door Prof. Kohnstamm.2) Maar het zou bedenkelijk zijn een geloofs-inhoud te verbinden aan bepaalde vriendschappelijke wetenschappelijke wereld-beelden of -beschouwingen. Deze inhoud heeft zijn eigen rechtsgrond. Wèl is het van belang, als bestaande en invloedrijke voorstellingen niet volstrekt vreemd en vijandig staan tegenover de vormen, waarin het geloof zijn inhoud giet. Zoo heeft de zin voor de onderscheiding tusschen natuur en geest, tusschen wat is en er moet zijn, de zin ook voor persoon en vrijheid, voor eene open werkelijkheid en onbegrensde mogelijkheden, zijn waarde, ook ten aanzien van de onderstellingen der incarnatie. Beide behooren wel is waar tot eene geheel andere orde — het is het onderscheid tusschen wat Pascal aanduidt als de orde van den geest en die van de liefde, min of meer overeenkomstig met dat wat Paulus maakt tusschen natuurlijk (psychisch) en geestelijk (pneumatisch) — maar het beteekent toch het sparen van veel geestkracht, als aan de grensgevechten niet zóó veel aandacht behoeft te worden geschonken en alle krachten kunnen worden geconcentreerd op de groote beslissing, waarvoor het christelijke getuigenis, bepaaldelijk in den vorm van de belijdenis der incarnatie, ons plaatst.

Als wij op deze wijze getracht hebben het terrein ietwat te zuiveren, zal het ons gemakkelijker vallen de incarnatie als geloofswerkelijkheid te zien. Wij zagen reeds, dat zij als zoodanig bedoeld is in het Evangelie en aanvaard door de Kerk; niet als zaak van contemplatie, die verklaard, maar als zaak van existentie, die beleefd wordt. Dit beteekent, dat zij, hoezeer voor den mensch, toch niet is naar den mensch; d. w. z. zij is niet commensurabel voor zijn natuurlijk denken en willen. En ook als hij haar in het geloof aanvaardt en zij voor hem een levenskracht wordt, die in de eerste plaats hem zeiven, in zijn bestaan, als mensch, met God verbindt en dan ook voor zijn willen en denken stof en stuwkracht geeft, blijft zij een mysterie, d. w. z. zij heeft een achtergrond, die voor hem donker blijft. Elke daad van God is dit. Maar deze in het bijzonder. Het motief der daad: Gods liefde, is het. De daad zelve: het komen

*) A. S. Eddington, The Nature of the physical world 1929.

2) Ph. Kohnstamm, Schepper en schepping. Dl. I. Het waarheidsprobleem 1926, bl. 147 vv.

Sluiten