is toegevoegd aan uw favorieten.

De incarnatie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grens en zij blijft zelfs verre binnen deze grens. De psyche zelve reeds, als levende eenheid, als persoon, ontsnapt aan elke verklaring. Zij kan niet worden geobjectiveerd. Men kon slechts over haar spreken en denken voor zooveel men uit haar spreekt en denkt. In het bijzonder ontsnapt het zieleleven van buitengewone menschen, van heiligen en genieën, geheel aan de categorieën van de psychologie. Hoe zeer is dan de psychologie volstrekt ontoereikend om het geestelijke leven te analyseeren van Hem, die geacht wordt de Zoon van God te zijn en deel te hebben aan het God-zijn ? Het is zóó, dat, zooals reeds werd opgemerkt, deze voor ons onbereikbare eenheid van tegendeelen inderdaad eene eenheid vormt voor de beschrijving der Evangeliën en de belijdenis der Kerk, als „eine einzige, kerzengerade, geschlossene Persönlichkeit". De vraag volgt: „Wie kommt es, dass er den Seinen nicht ein unbegreifliches Dobbelwesen mit abnormem Dobbelbewusstsein war"? En het antwoord luidt: „Es muss also in Jesus Göttliches und Menschliches so geeint gewesen, dass da kein Zwiespalt war, kein Riss, kein Sprung; so geeint, dass nicht eine Niederdrückung und Beangstigung der Menschheit durch die Gottheit herauskam, aber auch kein Widerstreben der Gottheit gegen die Menschheit, und der Menschheit gegen die Gottheit. Mit einem Worte: die Einheit von Gottheit und Menschheit in Jesus muss so gewesen sein, dass es dennoch eine einzige Person war." *) Het is waar, dat voor het geloof deze eenheid bestaat. Anders zou het Jezus niet kunnen aanbidden en aan Hem zijn bestaan en kracht ontleenen, waardoor het van zijne betrekking tot God zeker is. In dit licht moet de incarnatie vóór alles worden gezien. Zij is soteriologisch gekleurd. De daad van God bedoelt de uitdrukking te zijn van zijn liefde. Die van den mensch de aanvaarding van deze liefde. En zoover als deze liefde gaat reikt ook de incarnatie, d. w. z. zij gaat zóó ver als de schepping gaat. Zij omvat den mensch in zijn geheel; ook de wereld in haar geheel, als schepping van God. In zooverre is de incarnatie het middelpunt der wereldgeschiedenis en loopen op haar alle wegen van God uit. Men heeft telkens weer gezocht naar analogieën en beelden, beurtelings aan het leven en de wetenschap ontleend, om de verschijning van Christus op eenige wijze aannemelijk te maken. Dit is geen fout. Het is veeleer een behoefte. En het is zelfs een eisch. Want de incarnatie zweeft niet als een idee boven de wereld. Zij is juist de

J) L. Fendt, a. a. O. S. 118 f.