is toegevoegd aan uw favorieten.

De incarnatie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisme, dat zich bezint op zijn vaderlijk erfdeel, het reformatorisch geloof, de geestelijke traditie der Kerk, het N. Testamentisch getuigenis bovenal, kan weigeren zich in dezen hoek te laten dringen. Het heeft te doen met den Christus, die als de persoonlijke daad van God in een menschelijke bestaanswijze heeft geleefd in deze wereld en deze bestaanswijze heeft verduurzaamd en verheerlijkt. Door zijn Woord en Geest zet Hij scheppend zijn werk voort, als Hij menschen tot het geloof brengt en daarmede tot de geestelijke solidariteit met Hem, zooals Hij zich solidair gemaakt heeft met hen. Zóó strekt zich zijn werk allereerst uit over hun diepste menschzijn, d. i. hunne betrekking tot God, en worden zij verzoend; maar dan ook over hun geheele mensch-zijn, d. i. hun mensch-in-dewereld-zijn, mensch-onder-de-menschen-zijn, lichaam-zijn, en wordt dus, zij het al indirect, in hope, de geheele wereld als voorwerp van de incarnatie gezien. Dit is eene geestelijke opvatting der incarnatie, maar dit beteekent niet, dat zij on-werkelijk zou zijn, een „Gedanken-ding" zonder meer. Het is van belang hierop te letten, in een tijd, die er toe neigt eene eenzijdig „geestelijke", zedelijke opvatting van mensch en wereld los te laten voor eene, die het volle mensch-zijn, als met in-de-wereld-zijn één, wil laten gelden en dus ook de lichamelijkheid en hare functies t. a. van het kunnen en kennen waardeert. Intusschen mag nooit worden vergeten, dat het woord vleesch in zijn verbinding met vleeschwording vóór alles qualitatief is bedoeld. Vandaar dat de incarnatie over de geheele linie aan het geloof gebonden is, d. i. aan de persoonlijke betrekking van den mensch tot den zich in de persoon van Christus openbarenden God.

Over de incarnatie wordt in den boezem van het Christendom gestreden. Dit is een tragische strijd, omdat hij verschil openbaart ten aanzien van datgene, waarin juist de Christenheid principieel uitdrukt wat haar van alle niet-Christelijke godsdiensten onderscheidt. Deze tragiek geldt niet alleen de verhouding van de R.Katholieke Kerk en de Kerken der Reformatie, maar ook van de laatste onderling. Toen deze vóór eenigen tijd — met de vertegenwoordigers der Oostersch-orthodoxe Kerk — te Lausanne den weg naar eenheid zochten ten opzichte van Faith and Order, geloof en Kerk-inrichting, bleek deze eenheid, hoezeer men het geloof niet slechts in de goddelijkheid (divinity), maar in de godheid (deity) van Christus als onderstelling der geheele conferentie had aanvaard, niet alleen van meetaan ten aanzien van de Oostersche Christenen