is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I - INLEIDING

Wij leven in den tijd en in de ruimte. Dit beteekent — ik weet het niet. Het is alles raadsel en wonder. Maar wèl weet ik, dat het eene dubbele aanduiding bevat. Ons leven is, als in den tijd, in beweging, èn het heeft, als in de ruimte, tegelijk eene bepaalde vastigheid. Want tijd, hoe ook opgevat, is toch altijd met beweging één. Als ik den tijd van mijn horloge aflees, beteekent dit, dat ik rekening houd met het feit, dat de stand van mijn horloge elk oogenblik verandert. En ik kijk er op, juist om de verandering te registreeren en bij te houden. Ik wil haar op eene of andere wijze in haar verband zien, het verband van vroeger of later.

Wanneer ik verder ga dan de dorre aanwijzing van mijn horloge en in dit feit iets meer zoek, eene aanwijzing van de beweeglijkheid van het leven, zijn gang, zijn duur, die altijd in ééne richting voortgaat en daarin ver-loopt en af-loopt, dan kan ik, nadenkende, diep onder den indruk komen van het raadsel van den tijd, waarin ik leef, waaraan ik deel heb, en waarvan ik toch in zekeren zin mij onderscheid, in zooverre ik de tijdelijkheid opmerk en beoordeel, en mij dus in zekeren zin plaats boven den tijd, naar welks zin en doel ik vermag te vragen.

En dit raadsel wordt wonder, als ik het tijdelijk gebeuren besef niet als het eenige en het laatste, als het woord eeuwigheid voor mij gaat leven, als de uitdrukking van een geheel andere orde, de vaste, duurzame, waarin de beweeglijkheid van den tijd haar achtergrond vindt en die den tijd wel niet herleidt tot iets onwerkelijks, een schijn, maar tot iets betrekkelijks en afhankelijks, dat alleen zin en waarde heeft, in zooverre het met de eeuwigheid in aanraking komt. Ziehier de tijds-opvatting, die wij in den Bijbel vinden, de religieuze, als er sprake is van den tijd, den dag, de ure, waarin de eeuwigheid als het ware inbreekt in den tijd en den mensch tot beslissing en verantwoording roept. x)

Zoo kan het leven in den tijd zeer verschillend worden gewaardeerd. De vraag rijst daarbij, of de tijd slechts een vorm van

x) b.v. Matth. 24 : 36, Openb. 1 : 3.