Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

in de onderscheiding van ruimten en tijden het verschil vastgelegd, dat wij reeds aanduidden, tusschen wat men wenscht en wat men verwacht. Men kan vrijelijk in de ruimte projecteeren wat men wil; het houdt geen verband met de werkelijkheid, ook niet in de toekomst. Daartegenover beteekent het beslag leggen op den tijd een beroep op de toekomst, waarmede men te doen krijgt. De eerste richting neemt vorm aan in utopistisch-rationalistische beeldprojecties, de tweede in chiliastische droomen. Men merke reeds op, hoe de utopie dus behoort tot de wereld der wenschen, terwijl het chiliasme te doen heeft met die der verwachtingen. Zoo onderscheidt Doren tusschen „Fernphantasien" en „Zukunfthoffnungen", tusschen utopistisch hopen en chiliastisch gelooven, tusschen wensch en noodzakelijkheid, tusschen hopen en gelooven of weten. De wensch-ruimten zijn dicht bij de wereld, redelijk, olympisch; de wensch-tijden zijn ver van de wereld verwijderd, onredelijk, daemonisch. De antieke wereld heeft vooral met ruimte te doen, de middeleeuwsche met tijd. Dit ligt voor de hand, omdat de eerste God en wereld vereenzelvigt en dus van een persoonlijk, souverein wereldbestuur niet weet, terwijl de laatste dit wèl doet, omdat voor haar God over de wereld vrijmachtig beschikt. Wat krachtens deze beschikking gebeurt, móet geschieden, terwijl anders de toekomst open staat voor allerlei mogelijkheden. De strijd tusschen deze twee richtingen gaat, volgens Doren, de eeuwen door. Allengs heeft de tweede de overhand gekregen; in onzen tijd heerscht het daemonisch-irrationeele eerst recht.

De onderscheiding van Doren is in vele opzichten lichtgevend, al moge zij ietwat geforceerd zijn. Terecht is opgemerkt, dat dit beteekent terwille van eene „geistvolle Antithese ,,aus einem technisch notwendigen Kunstgriff der Darstellung das wesentliche Merkmal der utopistischen Idee machen"1). Het geforceerde karakter der onderscheiding blijkt uit de gemakkelijkheid, waarmede soms de overgang van utopie tot chiliasme, van droom tot verwachting wordt gemaakt, zooals bij Bellamy en Wells.

Men kan ook de ruimte en den tijd, volkomen los van de waardeering: wensch of werkelijkheid, geheel anders toepassen: de eerste op het gelijktijdige, als synchronisch, door dezelfde ruimte verbonden, de tweede op de geschiedenis als diachronisch, in den loop des tijds samenhangend.

1) Georg Quabbe, Das letzte Reich. Wandel und Weise der Utopie. Leipzig 1933, S. 110.

Sluiten