is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Later ontwikkelen zich de toekomstbeelden, onder den invloed van het Oosten. De wereld werd zooveel grooter. In allerlei vormen, waarbij de roman een voorname plaats inneemt, worden ideale werelden ontworpen, die de werkelijkheid, zoowel de stoffelijke als de geestelijke, idealiseeren en eene vergoeding bieden voor wat de werkelijkheid aan de toenmalige menschen placht te onthouden.

De Romeinen, met hun zin voor het handelende leven en de concreete werkelijkheid, hebben aan de toekomstbeelden weinig aandacht geschonken. Later, toen het rijk zóó groot werd en zóó verschillende bestanddeelen in zich opnam, komt, onder Oosterschen invloed, de Utopie naar voren met hare wereldtijdperken, haar cosmischen samenhang, haar astrologische verbindingen.

Het Parzisme is rijk aan toekomstbeelden. Hoe zou het anders, waar deze godsdienst een profetisch karakter draagt en dus vanzelf op de toekomst is gericht.

Dit geldt in nog hoogere mate van den godsdienst van Israël, die geheel staat in het teeken van de komst van het Koninkrijk Gods, zooals dit door den Messias wordt vertegenwoordigd, met zijn wereldgericht en eeuwig heil. Om te beseffen, hoe zeer het geheele Oude Testament Messiaansch en eschatologisch is, leze men Martin Buber's studiën, die geheel door deze idee worden geleid '). Maar de lectuur van het O. Testament zelf brengt ons dit reeds direct nabij. Men denke aan het boek Jesaia. „Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op zijnen schouder, en men noemt zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe." 2) ,,De wolf zal met het lam verkeeren en de luipaard bij den geitebok nederliggen; en het kalf en de jonge leeuw en het mestvee te zamen, en een klein jonkske zal ze drijven. De koe en de berin zullen tezamen weiden; hare jongen zullen te zamen nederliggen, en de leeuw zal stroo eten gelijk de os. En een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder, en een gespeend kind zal zijne hand uitsteken in den kuil van den basilisk. Men zal

*) Martin Buber, Königtum Gottes2, Berlin 1936, als eerste deel der: Das Kommende; Untersuchungen zur Entstehungsgeschichte des Messianischen Glaubens.

2) Jesaia 9 : 5 v.