Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze beheerscht dan haar beheerschend. In elk geval ziet Wells licht in de toekomst.

Er bestaat groot verschil, reeds litterair, tusschen de werken, die ik noemde. More is klassiek ingesteld. Hij is de geleerde en tegelijk de man van de wereld. Hij schreef dan ook in sierlijk Latijn en rekende op lezers, die deze taal verstonden. Bunyan schrijft eenvoudigweg, in het kleurige Engelsch zijner eeuw, wat zijn geestesoog zag. De vrome is hier aan het woord. Mandeville heeft zijn korte, bijtende fabel omringd met tal van opmerkingen en dialogen, die passen bij den „beau monde" van zijn tijd. Hij is vóór alles psycholoog. Fichte's verhandeling is even krachtig als zakelijk gesteld. Het is de wijsgeer, die de werkelijkheid hanteert. Wells is de veel-schrijver, de romancier, maar die over de exacte wetenschap, en veel meer nog, beschikt.

Doch hiermede zijn niet de diepste onderscheidingen geteekend. Deze worden opgeroepen door de vraag, of het toekomstbeeld rationeel of irrationeel is; of de logos of de mythos het beheerscht; of het eene zaak is van de natuur of van den geest, van den mensch of van God; of het slechts een beeld is, dat wensch of vrees belichaamt, dan wel een voor-beeld van hetgeen staat te komen en als zaak van hoop of geloof wordt ingewacht. In al deze gebaren beweegt zich de menschelijke ziel, in haar onrust en onvoldaanheid met het heden, haar behoefte en hoop, soms ook haar wanhoop, ten opzichte van de toekomst. Daarbij vormen deze beelden dan een uitweg en willen zij op eene of andere wijze licht geven, hulp bieden, troost schenken.

Juist omdat de toekomstbeelden zoo algemeen menschelijk zijn, kunnen zij er niet anders dan zeer verschillend uitzien, grover of fijner, persoonlijker of meer algemeen. Er bestaat een groot verschil tusschen een luilekkerland en een paradijs, tusschen het beeld van eene samenleving, waar allen tevreden en gelukkig zijn, en waar zij goed en heilig zijn. Een Utopie kan, als een edele geest zich van haar bedient, zijn wat Freyer noemt: „das Bild desjenigen Lebens, das zwar nicht wirklich, aber gültig ist." „Solche Utopien", voegt hij toe, „stehen dann wie Leuchttürme im Meer der Wirklichkeit, wahrend die Wunschbilder der kleinen Leute höchstens einen angenehmen und interessanten, aber im übrigen folgenlosen Ausflug ermöglichen." 1)

*) H. Freyer, Die politischen Insel, Leipzig (1936), S. 15.

Sluiten