Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprekende volken bevinden, staat voor hem vast, evenals de roeping der Duitschers tot de toekomstige wereldheerschappij. x) Dit geschrift zou, als het gedrukt werd, in Duitschland opgeld doen.

Zoo ontmoeten elkaar de eeuwen en daarin de menschen en hunne droomen. Men zou dit evenals ten opzichte van Duitschland al voor het fascistisch Italië kunnen aanwijzen. Op kerkelijk gebied valt hetzelfde op te merken. Telkens keert de eschatologie op nieuwe wijze terug en hanteert zij de apocalyptische gegevens van het Oude en het Nieuwe Testament. Het zijn trouwens meer de secten dan de Kerken die dit doen. De laatste kunnen wachten. Zij hebben zekere vastigheid in deze wereld en onderscheiden de tegenwoordige bedeeling wèl van de toekomst. De eerste zijn veel beweeglijker en onrustiger. Zij zien de toekomst als zeer nabij, en grijpen er naar, met hun verbeelding en gevoel.

Na de groote onderscheiding, die wij gemaakt hebben tusschen Utopie en chiliasme of eschatologie, tusschen wensch en verwachting, droom en werkelijkheid, doet zich van zelf de vraag voor, naar de waarheid van de toekomstbeelden, die wij ontmoeten. Het is niet de vraag, of zij voorkomen, of zij iets wezenlijks, d. i. iets typisch en zinrijks bevatten, of zij voor waar worden gehouden, maar of zij waar zijn, d. w. z. of zij eene werkelijkheid uitdrukken, onafhankelijk van wat de utopist en eschatoloog er in ziet. Deze vraag klemt vooral t. a. van de toekomstbeelden, die voor waar worden gehouden en niet slechts ter ontspanning of tot troost worden ontworpen. Eene vraag als deze is in laatste instantie eene geloofsvraag. Zij wordt beslist naar gelang van de overtuiging van hem, aan of door wien zij wordt gesteld. Dit geloof kan menschelijk zijn, als uitdrukking van idealistischen zin of zedelijken moed. Het kan ook meer-dan-menschelijk zijn, als uitdrukking van wat de mensch zich als geschenk van Boven in den schoot weet geworpen. Als ik b.v. het toekomstbeeld voor mij plaats, dat door de Apostolische Geloofsbelijdenis wordt uitgedrukt, dat van de wederkomst van Christus om te oordeelen de levenden en de dooden, wordt dit zóó ingeleid: „Ik geloof". Een verder gaand antwoord is er niet. Het geloof staat en valt met het geloof, zooals ten slotte elke overtuiging, en iedere zekerheid, dat doet. Het moge dus waar zijn, dat geen Utopie anders dan uit haar tijd te verstaan is 2), dit

*) A. Doren, a. a. O., S. 1603).

2) G. Quabbe, a. a. O., S. i.

Sluiten