is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

medesleepen." *) Zoo was hij er afkeerig van als men, in den trant van Occam, het goed-kerkelijke èn-èn door het öf-óf verving: öf rede, óf openbaring, óf Kerk, óf staat. De eerste tegenstelling was het b.v., die hem afkeerig maakte van Luther. Diens radicalisme stond hem van meet-aan tegen. Voor More was veeleer de rede eene wegbereidster tot het geloof, zooals de natuur gepaard ging met het bovennatuurlijke, de menschelijke vrijheid met de goddelijke almacht. Daarom kon hij, de geleerde met zijne ascetische neigingen, tegelijk staatsman zijn, en aarzelde hij niet den sterken arm te gebruiken ter verdediging van de Kerk tegen de ketterij.

Als men Luther met Erasmus vergelijkt, doet men iets, wat eigenlijk onmogelijk is. Zóó ver liepen beiden uiteen. Vandaar dat Luther Erasmus, als mensch ten minste, minacht. Hetzelfde geldt ook ten opzichte van More, voor wien hij geen goed woord over heeft; integendeel. 2) Het was de natuurlijke afkeer van het soortelijk ongelijke.

Wij moeten ons de Renaissance niet als een zelfstandig verschijnsel voorstellen. Zij beteekent veeleer eene richting dan een bepaalden inhoud. Vandaar dat zij in verschillende landen en kringen zulk een verschillend karakter kon aannemen. More heeft haar in Oxford leeren kennen, bij de z.g. Oxford-Reformers als John Colet. Hier beteekende zij een terugkeer tot het Evangelie en tot Paulus, gepaard met een kerkelijk conservatisme, en tegelijk eene openheid voor wetenschap en kunst, die aan de gangbare scholastiek vreemd was. In dit opzicht is zijne vriendschap met Erasmus teekenend. Hierbij ging zoowel het hoofd als het hart van More open. Hij kon naar hartelust de wetenschap, bepaaldelijk de studie der klassieken en de kunst, beoefenen en tegelijk in zijn leven een ernstig, zelfs een streng kerkelijk man zijn.

Het leven van More (1478—1535) was geheel doortrokken van de reeds genoemde twee-ledigheid met hare paradoxaliteit. Als jonge man heeft hij ernstig geaarzeld eer hij besloot niet geestelijke te worden, maar het wereldlijke leven te kiezen. En nog later, te midden van zijn gezin en ambt, heeft hij zich wel eens laten ontvallen, dat hij eigenlijk liever de wereld met alles wat zij hem schonk, zou verlaten om voor God alleen te leven. Man van de wereld, was hij voor zich zelf asceet. Hij droeg een haren kleed

*) Francis Hackett, Henry the Eighth. Hamburg, Paris, Bologna, 1934, p. 305. 2) Zie bv. Luther, Tischreden 3887: Thomas Morus tyrannus.