is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het bloote lichaam, placht lang te bidden en zich bij wijle zelfs te kastijden. Chambers verhaalt ons van More's leven te Chelsea, waarvan Erasmus met zooveel bewondering schreef. Hij meent, dat men uit de verhalen daarover den indruk ontvangt van „this small patriarchal, monastic Utopia" en hij schrijft er van: „Dobbelspel, kaarten en flirten was verboden aan den talrijken stoet van mannen en vrouwen; tuinieren, studie, muziek en huwelijk werden aangemoedigd. Er was een gemeenschappelijk gebed eiken avond, als de meester thuis was, verplichte kerkgang op Zon- en feest-dagen, en op groote feesten moest iedereen opstaan om den dienst te middernacht bij te wonen. More stond gewoonlijk om 2 uur op en gaf zijn tijd tot 7 uur aan studie en godsdienstoefening. Hij hoorde eiken morgen de mis en eens, toen een herhaalde en dringende boodschap van den koning kwam, weigerde hij te vertrekken vóór dat de mis geeindigd was, eene weigering, die de koning goed opnam. Voor de godsdienstoefening bouwde More in Chelsea „het nieuwe gebouw" met zijn galerij, bibliotheek en kapel. Daar bracht hij zooveel mogelijk zijne Vrijdagen in gebed en studie door en op den Goeden Vrijdag was het geheele huisgezin daar verzameld om de geheele lijdensgeschiedenis te hooren voorlezen, gewoonlijk door More's secretaris, John Harris. „Bij de gewone maaltijden las een van het gezin, en speciaal Margaret Gigs, uit den bijbel, op klooster-wijze geïntoneerd, met de commentaren van Nicolaas de Lyra. Nadat het schriftgedeelte was besproken, werd aan Marten Henry Paterson, More's huisnar, toegestaan het gesprek op een lager peil te brengen — want More, ook in dit punt Utopiër, schepte veel vermaak in narren."1) In dit verband past het verhaal van den hertog van Norfolk, die, bij een bezoek aan More, hem in eene kleine kapel vond, vlak bij zijn huis te Chelsea, een koorhemd op zijn rug, en zingende in het familiekoor. Als zij weggaan zegt de hertog: Goede hemel, goede hemel, mijn Lord Kanselier, een parochie-geestelijke, een parochie-geestelijke; gij onteert den koning en zijn dienst. En More antwoordt glimlachend: Zóó, door God te dienen, den Meester van den koning? In dit verband voegt het koninklijke woord, door More tot de toeschouwers op het schavot gesproken: „dat zij zouden bidden voor hem in deze wereld, en hoe hij voor hem elders zou bidden, betuigende, dat hij stierf. . . de goede dienaar van den koning, maar eerst van God (the King's

*) R. W. Chambers, 1. c. p. 178—9.