is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van eene avontuurlijke zeereis naar een verlaten land. De bewoners zijn Christenen. Aan de opvoeding wordt groote zorg besteed. Vooral de natuurwetenschappen zijn in eere. Het fragment herinnert hier en daar aan More's Utopia, maar het blijft daarbij verre ten achter. 1)

Werd al More gelezen en nagevolgd, het was veelszins als ontspanning en uit de verte. Eerst veel later, toen het socialisme eene concrete werkelijkheid werd in W.-Europa, heeft men More's Utopie ernstig opgevat en er een bondgenoot in gezien, en het is niet verwonderlijk, dat de eerste socialistische leider in Nederland, F. Domela Nieuwenhuis, eene vertaling ervan heeft bezorgd. 2)

Intusschen, de Utopia behoort toch tot eene andere orde dan het moderne socialisme. Het is een staats-roman. Het romantische karakter van dit boek is onmiskenbaar. Het teekent het boek, als behoorende tot de wereld van de beschouwing, niet van de werkelijkheid. Het geeft geene proeve van eschatologie of chiliasme, d. i. van eene werkelijkheid, die verwacht wordt, maar van Utopie, d. i. van eene ideaal, waarnaar gewenscht wordt. Ik kan het Professor Quack niet toegeven, dat More in zijne Utopia een positie inneemt, die hem boven de kerkelijke tegenstellingen verheft. Zij plaatst hem veeleer er buiten. Maar met dit voorbehoud acht ik de karakteristiek van Quack juist: „De Utopia en de andere staatsromans zijn eerst te begrijpen, wanneer men zich stelt op het antieke humanistische standpunt, dat zoo gaarne de worsteling der Catholieke en Protestantsche elementen wilde ignoreeren. Al die staatsromans stellen zich buiten de Christelijke levensopvatting. Zij hebben geen visioen van de verwerkelijking van een Gods-rijk op aarde, van een duizendjarig rijk, zooals die hartstochtelijke wederdoopers, wien het vraagstuk van het leven zulk een bittere sombere ernst was; zij hebben niets te maken met Christelijke broedergemeenten: neen, hun auteurs construeeren, veelal in hun studeercel zittend, een min of meer fantastisch droomland, waarheen hun gedachten vluchten kunnen, wanneer de woelige en wisselvallige werkelijkheid hen verveelt. Het zijn constructiën van het brein, geen verzuchtingen of angstkreten van het hart." 3)

1) Vgl. More, 1. c. Introduction p. LIV ff. A. Doren, a. a. O. S. 188 ff.

2) Internationale Bibliotheek no. 27, 1909.

8) H. P. G. Quack, De Socialisten. Personen en stelsels I3 Amsterdam 1^)99 b. 211. Aalders, Toekomstbeelden. e