is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bunyan legt op het nauwe verband tusschen het geloof en de verwerkelijking daarvan in het leven. Hij verklaart, dat de ziel van den godsdienst is het practische deel ervan. Dat gebeurt in verband met een gesprek tusschen Talkative, Prater — de namen bij Bunyan zijn even doorzichtig als bij More, maar men weet bij hem beter wat hij er eigenlijk mede bedoelt, want de ironie van More verdwijnt hier voor den ernst der directheid van Christian. Het gaat om de kracht van den godsdienst, waarvan Prater geen besef heeft. „Een mensch kan tegen de zonde roepen uit berekening, maar hij kan er geen afkeer van hebben, dan uit kracht van een goddelijken tegenzin er tegen. Evenzoo is er kennis èn kennis, kennis, die rust enkel in de beschouwing der dingen, en kennis, die vergezeld wordt door de genade van geloof en liefde, die een mensch er toe brengt om Gods wil van harte te doen."1) In denzelfden zin loopt het gesprek tusschen Faithful en den rechter, als de eerste op de kermis der ijdelheid wordt verhoord en zal worden veroordeeld. Het gaat om het geloof en Faithful maakt, tegenover Bijgeloof, onderscheid tusschen tweeerlei geloof: „In den dienst van God is een goddelijk geloof noodig, maar er kan geen goddelijk geloof zijn zonder eene goddelijke openbaring van den wil van God; daarom wat ooit in den dienst van God is ingevoerd, dat niet aangenaam is aan de goddelijke openbaring, kan slechts gedaan worden door een menschelijk geloof; maar zulk een geloof zal niet baten voor het eeuwige leven.''2) Noodig zijn: „i. eene proefondervindelijke belijdenis van het geloof in Christus, 2. een leven, dat beantwoordt aan die belijdenis, te weten een leven van heiligheid: hart-heiligheid, gezins-heiligheid (als iemand een gezin heeft) en omgangs-heiligheid in de wereld; wat in het algemeen hem leert, om inwendig een afschuw te hebben van de zonde en van zichzelf daarom in het geheim, om haar te onderdrukken in zijn gezin en om heiligheid te bevorderen in de wereld; niet alleen door spreken, zooals huichelaars en spraakzame personen mogen doen, maar door eene practische onderwerping in geloof en liefde aan de macht van het Woord." 3)

In een gesprek tusschen Christen en Onwetendheid, „a brisk lad", wordt dit toegelicht. De tweede heeft eene geloofsbelijdenis afgelegd, die door den eerste wordt gewraakt. Zij denkt veel te goed over den mensch en zijne werken. Daartegenover stelt Christen dan zijne

*) Bunyan 1. c. p. 100 f.

2) Bunuan 1. c. p. 117.

3) Bunyan 1. c. p. 102.