Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu was Mr. Fearing iemand, die op deze bas speelde. Hij en zijne vrienden speelden op de trombone, welks tonen treuriger zijn dan de tonen van andere muziek. Ofschoon inderdaad sommigen zeggen, dat de bas de grond is der muziek. En ik voor mij ik geef niets om die belijdenis, welke niet begint in gedruktheid van geest. De eerste snaar, die de musicus gewoonlijk aanraakt, is de bas, als hij bedoelt alles in harmonie te brengen. God bespeelt ook eerst deze snaar, als hij de ziel in harmonie brengt met Zich zelve. Alleen hierin bestond de onvolmaaktheid van Mr Fearing, dat hij op geen ander instrument kon spelen, behalve op het laatst van zijn leven." „Hij was een zeer ijverig man," zegt een van de toehoorders, „zooals men kan zien volgens wat gij van hem verteld hebt. Moeilijkheden, leeuwen of kermis — daar was hij in het geheel niet bang voor. Alleen zonde, dood en hel — dit was hem tot een schrik." *) En toen het er op aan kwam om te sterven verbaasde hij ieder door zijn moed.

Zoo trekt het geheele gezelschap voort „van zonde tot genade; anders zouden zij niet hier zijn." 2)

Als wij den geheelen Pilgrim's Progress overzien, blijkt ons in de eerste plaats, hoe streng hier alles beperkt is tot één ding: de betrekking van den mensch tot God en deze voor goed. De tegenstelling tusschen deze wereld en de toekomende is zóó sterk, dat deze wereld nauwelijks eenige waarde heeft. Zij is een doorgangs-plaats, waar bijna alles tegenwerkt, zoodat het zaak is er zoo snel en zoo goed mogelijk door heen te komen. Van daar weinig positieve waardeering van de wereld en het leven hier en nu. Van daar ook, dat de enkele op den voorgrond staat, als mensch-voor-God en dat de sociale, cultureele en cosmische beteekenis van het leven, in den vorm van samen-leven met anderen, als mensch-onder-de menschen, en van dien van leven op deze aarde, in materieel, economisch, cultureel verband, als mensch-in-de-wereld, krachtig wordt teruggedrongen. Van den staat is in den Pilgrim's Progress geen sprake, tenzij dan als een tegenstander en vervolger der pelgrims. Ook de Kerk komt er nagenoeg niet in voor. Slechts eenmaal, op het einde, wordt verteld, dat de kinderen van Christin nog in leven zijn en dezen den bloei van de Kerk ter plaatse waar zij voor een

x) Bunyan, 1. c. p. 296—302. 2) Bunyan, 1. c. p. 40.

Sluiten