Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zóó eindigt Fichte's „Geschlossener Handelsstaat". Wij hebben reeds opgemerkt, dat dit boek een momentopname beteekent in de reeks van staats-opvattingen, die Fichte voor en na ontwerpt. Maar al hebben wij ten slotte met dit beeld alleen, als type, te doen, toch is het van belang het te zien in verband met de geestelijke ontwikkeling van Fichte in haar geheel. Als ik eene schilderij bezie en de schilder staat er bij, zou het doctrinair en zelfs pedant zijn, als ik deed alsof hij er niet stond, omdat ik immers alleen met de schilderij en niet met den schilder te doen heb. Dit zou eene kunstmatige scheiding zijn. De schilderij is het werk van der schilder, zelfs wanneer hij er zich zelf in overtreft. Hij kan mij uitleg geven van zijn werk en mijne kennis van het kunstwerk is gebaat met de kennis van den kunstenaar. Daarom heb ik er prijs op gesteld iets van Fichte zelve en van zijne geestelijke en litteraire ontwikkeling te voorschijn te brengen.

In dat boek wordt zichtbaar, hoe Fichte, mede onder den invloed der romantiek, zin heeft voor de toepassing van de idee op de werkelijkheid en daarmede voor de concrete levensvormen. Een hiervan is de staat, die voor hem niet langer de rechtsstaat alleen is, die geene andere organen heeft dan justitie en politie. De staat heeft economische beteekenis. Hij moet voor zijne burgers een leven mogelijk maken en waarborgen, dat beantwoordt aan de beginselen van het recht. Later zal Fichte de taak van den staat uitbreiden, hoe langer hoe verder: tot de cultuur, tot de nationale roeping, tot de opvoeding, tot de religie. Hier is zijne bemoeiing nog beperkt. Zij betreft vooral de economisch-sociale sfeer. Dit is niet exclusief bedoeld. Het is eene quaestie van accent, zoodat wij Fichte veeleer moeten houden aan wat in zijn „Handelsstaat" voorkomt dan aan wat er niet in voorkomt.

Wat ons in dit boek treft is de wijze, waarop het binnen de grenzen en ten aanzien van de stoffen, waarin het zich beweegt, de spanning uitdrukt, waardoor het leven en denken van Fichte altijd wordt geteekend, die tusschen wat is, en wat moet zijn, tusschen het natuurlijke en het redelijke. Hij is zich hiervan volkomen bewust. De geheele opbouw van het boek wordt er door bepaald. De redestaat en de werkelijke staat beantwoorden niet aan elkander. De tweede moet tot den eersten worden opgeheven en Fichte is van oordeel, dat dit kan en zal geschieden, niet catastrophaal, maar geleidelijk. In den „Handelsstaat" vloeit geen bloed en raast geen revolutie. De rede houdt de teugels vast. Hier vinden wij den Fichte,

Sluiten