is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die, toen de Fransche revolutie uitbrak, met zoo gemengde gevoelens haar om zich heen zag grijpen. Wèl dit, maar niet zoó ongeveer zóó zou men zijne houding kunnen teekenen. De vrijheid der volken en der enkelen is zijn ideaal, maar het ideaal wordt niet op eens bereikt. „Würdigkeit der Freiheit muss von unten herauf kommen; die Befreiung kann ohne Unordnung nur von oben her kommen. Seid gerecht, ihr Völker, und eure Fürsten werden es nicht aushalten können, allein ungerecht zu sein," zegt hij. De kloof tusschen recht en werkelijkheid, tusschen moeten en zijn, tusschen den staat in de idee en den staat der geschiedenis — Fichte tracht haar te overbruggen. Eene poging daar toe ligt vóór ons in zijn „Handelsstaat".

Dit geschrift kan men op verschillende wijze bezien, naar gelang men op de structuur van het geheel of op de toepassing daarvan en de bijzonderheden den nadruk legt. Het bevat allerlei bijzonderheden, die geheel „zeitgemass" zijn, als wij aan het tegenwoordige Duitschland denken. Dit is belangrijk; het is zelfs hier en daar pikant. Volgens Quabbe is Fichte als utopist zijn volk bijna geheel onbekend gebleven.*) Ik waag dit te betwijfelen, althans voor den tegenwoordigen tijd, die het program van Fichte op verrassende wijze, zelfs in bijzonderheden, toepast. Dit is belangrijk, in zooverre de toepassing veelszins berust op beginselen, die het tegenwoordige Duitschland met Fichte gemeen heeft.

In de eerste plaats worden wij getroffen door den nadruk, dien Fichte legt op het economische en sociale karakter van den staat. Dit wordt van zóóveel belang geacht, dat het eigenlijk den geheelen staat beheerscht, zoowel in zijne verhouding tot andere staten als tot zijne eigene burgers. Eene goede staatsregeling schenkt niet alleen aan de menschen een redelijk levensverband en leert hun rhythmisch en daardoor gemakkelijk leven. Het bewaart hen ook voor veel kwaad, want de meeste rechtszaken hebben hare oorzaken in economisch-sociale wanverhoudingen. De menschen worden dus als zoodanig niet beter — evenmin als in More's Utopia , maar zij hebben geene reden meer om kwaad te doen. Hetzelfde geldt ook in de betrekking der staten onderling. Als slechts één staat het voorbeeld geeft en de weldaden van een gesloten handelsstaat aantoont, volgen de andere van zelf. Het is in hun belang.

*) G. Quabbe a. a. O. S. 38 f.