is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der geistigen Idee im ganzen und dadurch die Beteiligung der

Individuen an ihr ist." 1)

Dit alles moge niet in den Handelsstaat te lezen staan, het ligt er toch in opgesloten, omdat deze slechts in een bepaald verband, het economische, tot uitdrukking brengt van wat in Fichte aan mensch-, maatschappij- en wereld-vormende motieven leeft. Het is alsof Fichte de gevaren van de negentiende eeuw met haar industrialisme en kapitalisme heeft voorzien. Hij is daarbij de werkelijkheid niet ontvlucht in eene romantische natuur, maar heeft getracht de werkelijke natuur te beheerschen door de rede. Een lofredenaar zegt er van „Seine Utopie ist das nüchterne Modell eines zukünftigen Wirtschaftsstaates, der die notwendigen Entwicklungen aufnimmt, aber ihren Gefahren durch bewusste Voraussicht entgeht. Sie ist, aus dem Geist des 18. Jahrhunderts geboren und mit seinen Denkmitteln gedacht, als ernste Mahnung an die Adresse des 19. Jahrhunderts gerichtet." 2) Karakteristiek voor Fichte is, dat hij daarbij steeds gericht is tegelijk op de werkelijkheid en op het ideaal en dus op het heden en de toekomst. De spanning, en hiermede de bekoring, van zijn geschriften, ook van dit in vele opzichten technisch-economisch geschrift, zijn hiermede gegeven.

Als wij vragen, hoe Fichte zelf over deze proeve van toekomstbeeld gedacht heeft, als Utopie of als profetie, kan het antwoord niet twijfelachtig zijn. Stellig heeft Fichte geloofd aan de toekomst, wel niet juist zooals hij haar van tijd tot tijd zag, maar toch in den geest, waarin hij haar zag. Volgens Troeltsch heeft men terecht in Fichte op den voorgrond gesteld, dat hij „das Utopisch-Prophetische und den unendlichen Prozess festhalt, mit ihm das Moralisieren und die Freiheit." 3) Ik laat nu daar de woord-verbinding utopischprofetisch, omdat beide afzonderlijke woorden zich kwalijk zoo laten verbinden, in zooverre de Utopie slechts met een wensch en de profetie met eene werkelijkheid te doen heeft. Maar de bedoeling van Troeltsch is duidelijk. Fichte ontwerpt een beeld van de toekomst, die geheel anders is dan het heden. Toch laat hij deze niet op eens, catastrofaal, de wereld overvallen. Hij wil, dat zij geleidelijk in

1) Ernst Troeltsch, Gesammelte Schriften 42 B. Aufsatze zur Geistesgeschichte und Religionssoziologie 2e H. Tübingen, I925 606 f.

2) H. Freyer, a. a. O., S. 146.

3) Ernst Troeltsch, Gesammelte Schriften 3r B. Der Histonsmus und seme Probleme. 1 Buch. Das logische Problem der Geschichtsphilosophie. Tübingen. 1922 S. 388, 197.