is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze wereld zelve zich zal ontwikkelen en daarom stelt hij haar aan den mensch voor en dat als eisch en als roeping, op de wijze, waarop Kant zijn: „du solist" als een langgerekten kreet liet hooren. Dit is inderdaad het karakter van Fichte's toekomstbeeld.

Fichte is éénlijnig. Als wij den boven-natuurlijken achtergrond bij More wegdenken, staat hij betrekkelijk dicht bij dezen, al is de „natuur" bij More niet geheel gelijk aan die bij Fichte. Maar beiden hebben dit gemeen, dat zij zich aansluiten bij de klassieken, bepaaldelijk bij Plato, bij wie de natuur en de rede, hoe dan ook met elkaar in verband gebracht, als laatste grootheden gelden. Wat More, als Christen, méér aanneemt, blijft in zijn Utopia achterwege. En dit meer ontbreekt bij Fichte geheel.

Wij hebben hier dus te doen niet met eene Utopie, d. i. met wenschen, maar met verwachtingen aangaande de toekomst. En deze vrijwel beperkt tot het economische en sociale, tot zekere hoogte ook het politieke leven. Ook kan deze wijsgeer zich niet onthouden van een uitvlucht in de wetenschap, die het door hem ontworpen kader verbreekt. Toch is de epoche, de terughouding, die Fichte toepast, wél bewust. Want het economische en het sociale leven staan niet op zich zelf. Zij hebben te doen met de natuur, maar deze door een rede geleid en opgeheven. En deze rede past bij den mensch, die immers een redelijk wezen is. Zij is ook niet de rede uitsluitend in intellectueelen zin. Zij is ook zedelijk. Zij heeft te doen met den wil en dus met de vrijheid en deze vrijheid is niet gebaat met het leven op goed geluk, maar volgens den eisch der rede, waardoor ook de staat, die den burger zijne plichten oplegt en rechten verleent, moet worden geleid. Fichte neemt aan, dat deze toekomst zich geleidelijk zal verwerkelijken in de wereld. Zij is zuiver immanent; zij komt op uit de mogelijkheden, die met den mensch en de samenleving gegeven zijn, en waaraan ook de natuur beantwoordt.

In de reeks van toekomstbeelden, die wij bezig zijn te schetsen, neemt dus dat van Fichte een bijzondere plaats in. Hij is, ook als socioloog, philosoof. Hij komt tot zijne constructie van boven af, niet van onder op, uit het algemeene, niet uit het bijzondere. Het zijn niet in de eerste plaats treurige toestanden rondom hem — die hij trouwens in zijne jeugd als aan den lijve had gevoeld — welke hem drijven; hij gaat uit van zijne eeuwige idee van recht en van staat en hij tracht deze in vruchtbaar verband te brengen met de werkelijkheid