is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de geheele menschheid in zich opzuigt en waarin ieder, dank zij de techniek, het uiterste van zijne levensmogelijkheden bereikt. Het gaat dus om het verschil van richting, waarin wordt geleefd, het oogpunt, van waaruit het leven wordt bezien, den maatstaf, die wordt aangelegd, de kracht, die het leven voortstuwt, het doel, dat wordt nagejaagd.

Hierbij moet als eerste onderscheiding, deze gelden, of de toekomst, eenige toekomst, als positief of als negatief wordt voorgesteld. Het is mogelijk, dat de toekomst kleur heeft en aantrekt. Het is ook mogelijk, dat zij kleurloos is, of niets met al, zoodat zij afstoot. Het eerste is op zeer verschillende wijze het geval bij More, Bunyan, Fichte en Wells; het laatste bij Mandeville alleen. Inderdaad is de levenskracht van den mensch in het algemeen zóó groot, hetzij hij door een bepaald geloof gedragen wordt, hetzij enkel de instinctieve levensdrang hem voortstuwt, dat het zeker al hoog is gerekend, als wij één op de vijf menschen ten opzichte van de toekomst negatief gestemd vinden.

Een tweede onderscheiding is die tusschen de toekomst als wensch alleen of als verwachting. In het eerste geval is slechts plaats voor een droom of droombeeld, dat van de werkelijkheid afleidt en bij wijle schadeloos stelt voor hetgeen deze den mensch onthoudt. Hierbij verandert niets. In het tweede geval is het beeld een werkelijkheids-beeld, dat op den mensch beslag legt, hetzij dan met vrees of met hoop, maar dat in elk geval iets betreft, wat komt, tot hem komt, met de zekerheid der realiteit zelve. In het eerste geval hebben wij te doen met eene zuivere Utopie, een Nergensland, in de tweede plaats met wat in de religieuze taal niet slechts chili— astisch heet een millennium of duizendjarig rijk, maar dat een eschatologisch karakter draagt, d. w. z. te doen heeft met de laatste dingen, niet slechts als een einde, maar als de vol-einding aller dingen en wat, hoe dan ook geseculariseerd, als een verruimende toekomst in den nood van het leven hier en nu wordt ingewacht.

Zoo is More's Utopia inderdaad eene Utopie, terwijl Bunyan bereid is te sterven ter wille van het eeuwige Jeruzalem en Wells inderdaad op eenige wijze gelooft aan den vooruitgang van de wereld, waaraan hij in vele van zijne boeken en laatstelijk in zijn: „The Shape of things to come" vorm heeft gegeven.

Het is natuurlijk, als de toekomst, niet elke, willekeurige, maar de toekomst als de vernieuwing van de samenleving en den mensch,

Aal der s, Toekomstbeelden. IX*