is toegevoegd aan uw favorieten.

Von Hartmann

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbewust. Zoo ook de voorstelling, aangezien zij door den wil nog niet in de gedeeldheid betrokken werd.

Maar nu de wil zich eenmaal verhief en de voorstelling in het wereld-gebeuren mede-sleepte; nu schept de onbewuste voorstelling naar haar eeuwige wijsheid het b e w u s t z ij n, opdat dit als zoodanig klaarlijk zoude inzien, dat de wereldwil zich bij „Fehltritt" verheven heeft. De bewuste voorstelling (schepping van de onbewuste voorstelling) moet nu op den onbewusten wil aldus invloed oefenen, dat in dezen wil tegenover de positieve strooming, die zichzelf „bejaht" een negatieve wordt gewekt, die „verneinend" eindelijk zoo machtig wordt, dat zij opweegt tegen den positieven, den wereld-willenden wil, welke daardoor opgeheven wordt. Dan zal ook het heelal vergaan en de eeuwige rust van den Absoluten Geest hersteld worden.

Het bewustzijn is dus voorwaarde tot het wereld-doel (dat is de wereld-opheffing) en daarom moet het bewustzijn zoo rijkelijk mogelijk worden gewekt.

Derhalve begint de onbewuste voorstelling van den wereldscheppenden Geest om den zich verheffenden wereld-wil zooveel mogelijk te verdeelen, te „versplinteren". Aldus ontstaan de atomen, de kracht-centra, de grondslag, waarop de gansche anorganische en organische wereld verwerkelijkt wordt.

De psychologie leerde ons, hoe door telkens hoogere synthesen uit den wereld-Geest de atoom-„Bewusstseine" worden opgevoerd tot gewaarwordingen en voorstellingen der organische wereld, totdat eindelijk in den mensch de hoogste bewustzijnstrap wordt bereikt.

En hier nu treedt hartmann's zedeleer in. Straks zullen wij over zijn metaphysische beginselen nog uitvoeriger spreken. Nu hebben wij het punt gevonden, waar zijn kennis-leer, zijn physiologie, zijn psychologie en zijn metaphysica overleiden tot zijn ethica.

Dit punt is te zoeken in de bewuste persoonlijkheid.

Welke plaats bekleedt dan de persoonlijkheid in Hartmann's gedachtenwereld f

125