is toegevoegd aan uw favorieten.

Von Hartmann

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar plaats is het beste aan te geven door een zijner „religions-philosophische" stellingen, die wij aantreffen in zijn „Ethische Studiën" (241): „in de bewust-geestelijke persoonlijkheid wordt door de inwoning Gods in den natuurlijken mensch de onbewuste wezens-eenheid van beiden tot het bewustzijn verheven, het boven-zedelijke onbewuste doel in het bewustzijn als zedelijke wet weerspiegeld en de kracht verleend tot de zelfverloochenende, daadwerkelijke overgave van den menschelijken wil aan de doeleinden van den Goddelijken wil, dat is tot de zelfverlossing des menschen van de schuld eener onmiddellijke wilsverheffing tegen God".

De menschelijke persoonlijkheid heeft dus in het zedelijk leven welbewust het doel, dat de Absolute Geest in onbewuste wijsheid met het wereld-proces heeft gezet, tot het hare te maken en te verwerkelijken.

Dit wereld-doel moeten wij nu nader bepalen, of liever wij hebben in het voorafgaande reeds aangegeven, hoe het niet positief kan zijn maar hoe het negatief tot wereldopheffing leiden moet.

Om dit nog beter te verstaan moeten wij een blik werpen op wat Hartmann noemt zijn axiologie, zijn wijsgeerige waarde-leer. Met dit vreemde woord, aan het Grieksch ontleend, geeft hij n.1. die wetenschap aan, welke naar een objectieven (en niet gelijk de meeste menschen doen naar een subjectief willekeurigen) maatstaf de waarde der wereld bepaalt. Wij zouden hier dus eenvoudig van wereldwaardeering kunnen spreken.

Gelijk wij in het voorafgaande zagen, is het dat der wereld gegrond in de kracht, het conflict, den onlust, het onredelijke. De wereld moge dan in haar zóó-zijn nog zoozeer naar wijsheid geordend wezen, dat ze bestaat, dat ze werkelijkheid geworden is, moet volgens Hartmann's leer steeds den onlust van het wereld-geheel over den lust doen overwegen. Indien hij dan ook de „Bilanz", de balans van lust en onlust in het wereld-gebeuren opmaakt, zoo blijkt dat telkens.

129