is toegevoegd aan uw favorieten.

Von Hartmann

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„het vrije geweten", den eenig waren grondslag vormen voor het echte zedelijke leven.

Naar de „subjectieve moraal-principiën" verkiest Hartmann de zedeleer, die op voetspoor van Kant haar hoogsten maatstaf in de rede vindt, boven haar, die zich grondt op s m a a k of g e v o e 1. De „praktische Vernunft" vindt haar materiaal dan in wat men met den naam natuur daar tegenover stellen kan. En onder dezen term vat Hartmann samen de uitwendige natuur, waarin de mensch leeft, zijn karakter-aanleg, de maatschappelijke betrekkingen, enz. in één woord den rijkdom van „empirische Bestimmungen". Daarom komt het voor de practische rede aan op „das Hineinbilden der Vernunft in die Natur", waaraan dan als resultaat „ein Vernunftwerden der Natur" beantwoordt (Schleiermacher).

Onder de „Ziele der Sittlichkeit" komen de „objectieve moraal-principiën" aan de orde. Nadat ook hier de egoïstische pseudo-moraal verworpen is en tevens het sociale eudaemonisme onvoldoende wordt geacht, blijkt dan de z e d e 1 ij k e wereld-orde als moraal-principe de overgave van den eigen wil aan den Absoluten wil te vorderen, zooals deze zich in de inrichtingen en vormen der zedelijke wereldorde openbaart. Maar de eigen wil komt daar tegen op en het standpunt van de souvereiniteit van het ik, onverschillig voor het zedelijk doel, wordt ingenomen (vgl. de reeds genoemden Stirner en Nietzsche). Aan dit standpunt ligt het geloof aan de zelfstandigheid en substantialiteit van het ik ten grondslag. En daarom moet dit geloof met zijn hoop op individueele onsterfelijkheid volgens Hartmann ook ten behoeve der zedelijkheid worden vernietigd. Zoo kan de ware moraal slechts gegrond wezen in de verhouding van het individu, het i k tot den Absolute, van welken het gansch en al afhankelijk, slechts een tijdelijke uitstraling (zie boven bij de psychologie) is; om wiens wil het dus ook alleen (zonder eudaemonistische bijgedachten voor zichzelf) te leven en te handelen wenscht.

132