Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemass deiner Ueberzeugung von deiner Pflicht" (IV, 163). Wie op autoriteit handelt, handelt gewetenloos en daarom onzedelijk, al is de inhoud van datgene wat hij op autoriteit volbrengt goed. Alleen het gebod, door het geweten toegeeigend, heeft waarde.

Het „radikale Böse", de erfzonde is daarom de traagheid met hare gevolgen lafheid en valschheid tegenover de „Thatigkeit". Zedelijke daad is: uittreden uit de natuurorde. De mensch moet (soll) de traagheid overwinnen. Hij heeft de kracht om door den wil vrij te worden. Hoe komt de mensch echter tot dezen wil? Naar de natuur gezien, kan de mensch zich hier niet helpen. „Nur ein Wunder, das er aber selbst zu tun hatte, könnte ihn retten" (IV, 201).

In de positieve religie nu treffen wij de voorbeelden der menschheid aan, die tot deze vrijheid kwamen, die het raadsel der vrijheid den menschen voor-construeeren. Deze vrijen naar den geest wijzen dan henen naar den grond der vrijheid, naar God.

De traagheid daarentegen verheft zich niet boven de natuurlijke drift van zelfbehoud tot het duidelijke bewustzijn van plicht en vrijheid.

De formeele en universeele eisch der zelfstandigheid van het ik houdt voor ieder afzonderlijk individu het gebod in, dat het zijn eigen voorgeschreven taak te midden der zedelijke wereldorde volbrenge. Vervul uw speciale roeping, is dus het maan-woord. Ga nimmer tegen uw geweten in, leef en handel uit overtuiging.

Later spreekt FlCHTE ergens van „ein Vermogen zur Verwirklichung des Bildes vom göttlichen Leben" (II, 697).

De speciale roeping, die ieder heeft, gaat over grooten en kleinen, over enkeling en volkeren.

Niet door het individueele is de individu groot maar door het super-individueele in hem. Door het groote, dat de individu brengt, wijst hij boven zich uit. Ware helden-vereering gelooft niet aan den man maar aan datgene, wat hij verwerkelijkt heeft.

189

Sluiten