is toegevoegd aan je favorieten.

Schelling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(leert Schelling) moet ook datgene wat de menschelijke geest materie noemt worden gedacht als eenheid van twee krachten, n.1. van aantrekking en afstooting, van attractie en repulsie. Aldus objectiveert de mensch eigen geestesproces in de natuur. Ontstaat het ik uit het conflict van activiteit (unbeschrankte Kraft) en passiviteit (beschrankende Kraft), dan moet dit conflict van tegenstrijdige krachten ook de grondslag wezen van de objectieve wereld, de natuur. Deze objectieve wereld (de natuur) heet stoffelijk, materieel. Daarom: de stof, de materie is niet anders dan eenheid van tegenstrijdige krachten, niet anders dan het product van attractie en repulsie, van aantrekking en afstooting.

Spreken we met betrekking tot de stoffelijke wereld van tegenstrijdige krachten, dan moet hieruit de conclusie volgen, dat de materie, de stof in den grond niet anders is dan kracht. Kracht echter is een geestelijk en niet een stoffelijk beginsel. De kracht is dus het immaterieele in het materieele. Wij treffen hier bij Schelling, dit zij terloops opgemerkt, dus ook al weder een zoogenaamde dynamisch e stof-beschouwing aan (vrgl. Hartmann, bldz. 22).

Blijken ik en niet-ik, subject en object, geest en natuur, bewustzijn en materie, uit hetzelfde conflict geboren; dan moeten ze in een hoogere eenheid zijn samen te vatten. Ze moeten ident wezen, dat wil zeggen te zamen:idem = hetzelfde zijn, of met andere woorden: ze openbaren zich als twee zijden van één geheel.

Dus komt Schelling tot de conclusie, dat hetzelfde Absolute in natuur en geest verschijnt. „De natuur moet de zichtbare geest, de geest de onzichtbare natuur zijn". De natuur is als het ware het spiegelbeeld van den menschelijken geest: de organismen (die zich „van binnen uit" vormen), doelmatigheid, eenheid van vorm en materie, ze zijn even zoovele grondtrekken der natuur, die een geestelijk karakter dragen. Want gelijk in den geest een oneindig streven is om zich te organiseeren, zoo ook in de natuur. Het universum is een organisme, dat zich van lageren tot hoogeren 205