is toegevoegd aan uw favorieten.

Schelling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwt) een dood object voor het menschelijk verstand; neen, ze is zelve subject-object. In ieder harer producten zijn dan ook deze beide factoren (subjectiviteit en objectiviteit, vrgl. repulsie en attractie, zie boven) gegeven. De verschillende wijze, waarop deze beide gezet en vereenigd zijn, blijkt dan een voortgaande verheldering van het bewuste kennen, dat is van de identiteit van subject en object (want dat is het kennen). De identiteit vormt derhalve den grondslag der wereld. De natuur als eenheid der genoemde krachten noemt schelling dan wereld-ziel; het conflict der krachten „dualisme"; de vereeniging der krachten „polariteit". De eenheid der krachten vóór de tegenstelling noemt Schelling (hoewel hij zich in deze aanduiding niet gelijk gebleven is) identiteit, de eenheid, die uit het conflict der genoemde krachten voortkomt, noemt hij indifferentie. Naar deze indifferentie streeft de natuur uit kracht van hare oorspronkelijke identiteit, maar absoluut bereikt zij haar nooit (wel gedeeltelijk, relatief, zie boven), aangezien dan het universum als het ware tot stilstand zou komen en niet in het oneindige voortgaan gelijk klaarblijkelijk geschiedt.

Nu zijn we op het punt aangekomen, waar we den band tusschen natuur- en geestes-philosofie begrijpen kunnen.

Is de natuur oorspronkelijk gezet door productieve aanschouwing en openbaart zij zich in haar materieele verschijning als een dynamisch proces, dan ligt de conclusie voor de hand: datgene wat aan gene zijde, als het ware achter het stoffelijke, het materieele, het dynamische proces der natuur verborgen is, n.1. de a a n s c h o u w i n g, verschijnt aan deze zijde van dit dynamische proces, dat wil dan zeggen in de ervaring, als kracht. Of met andere woorden: het dynamisch proces der natuur, dat empirisch zich als kracht openbaart blijkt in wezen, trancendentaal, aanschouwing. Het transcendentale (de geest) en het dynamische (de natuur) zijn derhalve i d e n t.

Indien nu het bewustzijn des menschen de natuur onder-

219