Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het volgend schema maakt ons dit duidelijk:

God = het Al

Relatief-reëel Al Zwaarte (A1) materie Licht (A2) beweging Leven (A3) organisme

Relatief-ideëel Al Waarheid, wetenschap Goedheid, religie Schoonheid, kunst

Wereld-systeem Mensch

Geschiedenis Staat

Rede

Philosofie.

Nog veel zou er te zeggen zijn aangaande den ommegang van de identiteits-leer tot meer Theistische beschouwingen, met betrekking tot de hoogste eenheid „die wir als den heiligen Abgrund betrachten, aus dem alles hervorgeht und in den alles zurückkehrt" (I, 4, 258), alsook over den oorsprong der materieele wereld, die slechts in eene „Entfernung in einem Abfall von dem Absoluten" kan worden gezocht (I> 6, 38), — maar wij moeten verder en gaan dus door Schelling's vrijheidsleer henen voort tot zijn laatste periode, die der positieve philosofie.

Als hoofdwerk noemen wij hier de „Philosophische Untersuchungen über das Wesen der me.ischlichen Freiheit u. s. w."

Philosofie en religie, naar de school onderscheiden, hebben toch één doel: inzicht in het diepste en verborgenste, de leer van God en de eeuwige geboorte der dingen naar hun verhouding tot den Absolute (zedeleer, einddoel, onsterfelijkheid, ziels-verhuizing enz.). De contemplatie, de onmiddellijke aanschouwing bij het speculatieve weten treedt al meer op den voorgrond.

Het religieuse probleem nu werd door schelling ook reeds vroeger behandeld in verband met den terugkeer tot God, slechts mogelijk bij de vooronderstelling van den

239

Sluiten