Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

f 6 )

Rat is evenwel al te flecht. Een mensch, dié niet lezen of fchrijven kan , zal ftiet heel ver in de wereld komen, maar moet altijd de oude knecht blij ven — Daarenboven is hij in veele gevallen van anderen afhanglijk — Hi: kan zelf niets onderzoeken , maar moet! op het geen anderen hem zeggen, afgaan — Ik zal u daar van ééns eene historie verhaalen: Een arme daglooner hadt eenen broeder n OostincÏÏèn. Deze was wel twintig-jaaren afwezig geweest , cn hij dacht niet anders, of zijn broeder was lang dood, omdat hij in zoo langui tijd niets van hem verno.men of gehoord hadt. Ééns in de ftad, in de herberg, daar hij gewoon ■ was aan te gaan,"komende, vraagde hem de waard, die hem kende, of hij niet een'- broeder hadt gehad, die naa Oostindiën was gevaareii? Ja, zeide de goede man, maar waarom vraagt gij dat? Wel ik heb deze week in de Courant gelezen , dat hij overleden is, en dat zijn broeder, zo die nog in-leven was, zich te Amflerdam aan het Oostindisch huis'kon vervoegen, om eene zekere fomme gelds te ontvangen , welke de overledene heeft navgelaten. De daglooner was bedroefd, door den dood zijns broeders- te verilaan, maar tevens blijde, dat ervoor hem nu- iet te beuren viel'; maar hij kon lezen noch fchrijven , hij vraagde den waard, of.er ook bij geftaan hadt, hoe veel geld-zijn broeder hem hadt nagelaten. Ja, zeide de waard, driehonderd gulden ! De goede man raadpleegde daar op den waard , hoe hij best na Amderdam kon komen, en bij wien hij zich daar vervoegen moest? De waard, die zich hieldt, als of hij 'bem behulpzaam wilde zijn , zeide hem : kom, ik weet raad, dat gij de xeize noch eenige moeite behoeft te doen, ik zal u een zak zestehalven, dat js twee honderd vijf-en zeventig

I

A

gulden, geven, verkoop mij dan mr recht De daglooner begreep , dat bem dit wonder geleek , en nam de voorwaarde aan, gaande met de zak zestehalven wel vergenoegd na huis. ündertusfchen hadt er in de Courant gedaan, dat eene fom van tien duizend gulden gereed lag voor den broeder van den overledenen, welke, na de boelredding, zuiver was overgebleven , welke fomme men bij zekeren koopman in Amflerdam kon ontvangen. De waard ontving dit geld, en de arme daglooner hadt Hechts eene geringe fom, daar hij een welgezeten man zou geweest zijn , mdicn hij hadt kunnen lezen, want dan hadt hij zelve de Courant gelezen , en was dus niet fchandelijk bedrogen geworden.

teeuwis. Ja, zoo ben ik ook eens bijkans bedrogen geweest. Dat moet ik kort vertellen. Ik had in de Loterij een achtde lot gekocht, en dewijl ik met kan lezen of fchrijven, kon ik geene lijsten nazien , maar ™°f,st- op het goed geloof van den Collecteur aangaan, bij wien ik, in de ttad gekomen, ging vragen, of mijn Nommer. was uitgekomen, hij zeide mij: ja en wel met Niet — Ik kwam vervolgends hier, inde herberg, daar een man de lijst der Loterij zat te lezen, en overluid opnoemde de prijzen, die op deze lijst donden, er tevens de uommers bij voegende, daar die prijs.op getrokken was, onder anderen las hij eene prijs van duizend gulden, die juist op mijn nommer was gevallen, want ik had mijn nommer onthouden, ik viel hem terdond in dereden, haalde mijn loterijbriefjen uit de zak, en liet het hem zien, hij wenschte mij geluk, met een achtde van duizend gulden ; ik verhaalde mijn avontuur, en de man was zoo goed van met mij met de lijst naar den Collecteur te gaan, die zich verfchoon-.

Sluiten