Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter Inf/ijing van het Orgel,

*9

U pel geftigt had, van gants Afia, en bijna degantfche waereld Godsdienst beweefen, en door loffangen geëerd wierd, met uij:deeling felfs van prijfen aan die geene, die het meeste daarin uijtmunt* te d'Apostel verfekerd ons dit niet alleen, Hand, XTX: 27. maar de Lierdigter Horatius heetVerbns felfs nog overblijffels van naegelaaten, terw/jl wij in fiine fchriften een danklied vinden aan Diana en Apollo, (*)

Maar is het geen fchande, dat Kristenen , over welke de Heere foo veel ligt heeft laten opgaan, nog in het vuijle fpoor der Heidenen treeden, in hunne herten altaaren voor Afgoden oprigten, en de kniën van hunne fiel daar voor buijgen kunnen? jae in dertele liederen den afgoden der Heidenengewijd , hun vermaak kunnen vinden ? wat fijn dit anders als werken der duijsternisfen, waarin de Heidenen fig weleer verliepen ? werken, welke geen Kinderen des ligts, geen Kristenen betaamen. Sogt de Apostel die uijt de harten van fijne Efefers uijt te roeijen ? hij veroordeelt fe ook in ons, en hoe kragtig teftens! hij wijst ons een voorwerp aan, dat onfe befchouwing veel waardiger is, hij wd dat wij den Heere fouden fingen en fpeelen, dengrooten Schepper, namentlijk, Onderhouder en Beftuurder aller dingen, dien alleen alle lof, eere en dankfegginge toekomt, bifonder den Heere Jefus Kristus, den Middelaar van het betere Verbond, doorgaans in het Nieuwe Testament met den naam van Heere (xvëw) verëerd, een naam, met dien van Jehovah, hem in het Oude Testament dikwils bijgelegt, en het volmaaktfte weefen, wat ook Socinus daar tegen mag inbrengen, alleen eigen, overeenkomende; een voorwerp, in allen opfigten, en op de allervolmaaktfte wijfe onfe loffangen, jae die der Engelen, welke hem altoos aanbidden, waardig; want

1. Song

(*) Carmin. 1. 1. od. ai.

D 3

Sluiten