Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING. 15

geleverd, en door dezelve geduchte inzetting bewaard worden.

Dat de enkel ceremoniecle wetten oud gemaakt en verdweenen zyn, Hcbr. VIII. 13. is eene zekere waarheid, dcwyl zy enkel voor den tocnmaligen tyd waren vastgeftcld. Heb. IX. 9. om toekomende dingen aan te duiden; enzy bereikten haar einde en vervulling in CHRISTUS, en dus met zyne'komst, haare geheele affchaffing.

Dit dan, wel verre van eenige verandering van meening of wille in GOD aan te tonen, is een der grootften en hecriykftcn bewyzen van dc eenvormigheid en (innerlyke) beflaanbaarheid met dewelke Hy één en het zelfde eenigfie voornemen van den beginne af voor ons ncdergelegd, onderhouden en voleindigd heeft.

Maar de zedelyke wetten, wier,oogmerk is, het welzyn der maatfehappy te handhaven en de wanorde, verwarring en alle andere gevolgen van het zedelyke kwaad, voor te komen en te fluiten, moeten Voortduren zoo lang als dc voorwerpen, op welke zy betreklyk zyn , op de oppervlakte der aarde voortduren. Wanneer de heilige Faulus., Gal. III. 10. en Rom. X. 5. de inzetting der zedelyke wet uit het oude verbond aanhaalt, zoo toont hy zeer klarelyk, dat dezelve blyft beflaan als eene onveranderlyke richtfnoer van gedrag, van welke het,

aas

Sluiten