Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. eener nieuwe Wet. 507

p vindt gy dit in de fchriften van Mofes f zy zyn „ opgevuld met de veroorloving van hetgeen gy „ veroordeelt, ch wel met eene veroorloving zon„ der uitzondering. Derhalven gelooven wy u niet, „ even daarom, dewyl wy de fchriften van Mofes „gelooven."

Uit al hetgeen gezegd is, beiluit ik, dat CHRISTUS geen afTchaflër van de oude wei, noch ook de gever van eene nieuwe was: — dat derhalven dc zaak der polygamie, cn alle andere ftukken, bctrekkelyk tot de gemeenfchap der beide geflachten, ten vollen beraamd en vastgefteld werden door de Goddelyke wet, dewelke aan geene verandering, noch tydwisfeling, hoegenaamd, onderworpen is(*), door eenige macht op aarde of in den hemel, Want aldus zegt de GEEST — Pred. III. 14. Al wat GODT doet, dat zal in der eeuwigheid zyn : daar is niets toe te doen, noch daar is niets af ie doen.

Hebbende nu geëindigd hetgeen ik had te zeggen

(*) ZwiNGLl.ua (in zynen brief over de echtfcheiding

van Koning Henrik) zegt zeer grondig dat „de A

,, pastele» geene nieuwe wetten omtient-het huwelyk bad,. den gemaakt, maar hetzelve zoo hadden gelaten, als ,, zy het vonden". Zie Burnet, Hift. Kef. Vol. I. P- 93-

Sluiten