Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het II. Hoofddeel. 513

,3 vinden wy daarin echter eene vergunning ten be„ hoeven eener foort van bywyvery, welke zedert „ lang, byna uit het geheele Westerfche gedeelte „ der weereld verbannen was. Een man mag al„ daar huwen hetgeen men noemt eene ter linker

hand getromrde vrouwe. Met dezelve is hy voor ,', al zyn leven, en onder de gewoone plechtigheid, „ getrouwd. — Het enkele onderfcheid beftaat „ hierin , dat de bruidegom haar de linker hand 3, geeft in plaatfe van dc rechter — en met dit „ uitdrukkelyke beding, dat noch zy, noch hare

kinderen zullen wonen in het huis van haren man, „ noch' deszelfs-naam aannemen, noch deszelfs wa\\ pen voeren, noch eenige gift of fchenking eis* „ ffhen, door yder andere vrouwe naar gewoonte \\ gevraagd; noch befchikken over eenig gedeelte 5, van deszelfs eigendom, noch eenig gezag oef-

fenen over deszelfs bedienden, noch aan denzel„ ven opvolgen in >• zyne bezittingen of waardig„ heden; maai- dat zy zich zal vergenoegen met „ hetgeen bedongen werd tot haar onderhoud, ge„ durende haren leeftyd, en hetgene hy haar toe„ voegen zal by zynen dóód. .Het blyft echter, in „ alle gevallen, in de macht des Konings, ditvoor„ recht te weigeren: en hetzelve wordt zelden aan „ iemand vergund, dan aan zulken uit de edelen, wel„ ke veele nabeftaanden hebben, en die, uit hoofde Kk „ der

Sluiten