Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

DERTIGJAARIGE

Stariglijk doorkliefde ons fchip fehuimende golven; windzwangere zeilen kraakten van hooge masten en trotfe baaren klotsten tegen de zijden van ons fnelzeilend waterkasteel. Wij bevonden ons reeds den volgenden morgen op de hoogte van Piymouth, en op ons gezigt ligtten twaalf aldaar liggende fchepen de ankers ; zij fpoedden zig met gefpannen zeilen uit de haven, om zig met ons te vereenigen en in zee të lieden. Helder weeder en goede wind lieten mij thans geheel het fchoone ondervinden, dat men op zee kan genieten.

De oevers van Engelland, hetwelk overal, de zijde van Schotland uitgezonderd , door de zee omgeven, en dus van natuur tot vrijheid en tot het heerfchappij voeren over de zeeën gevormd is, vertoonden zig aan ons geheel in derzelver pragc, en met den loop van ons fchip ontvouwde zig de eene landilreek na de andere voor onze oogen en leverde ons gezigten op van geheele landfchappen. Langs onze vaart, omftreeks de oevers, zag men eene reeks der heerlijkfle gewesten, en elk verdwijnend gezigt maakte telkens voor een nog fchooner plaats. Op déze wijze verdwenen de bloeijendfte lieden en de aangeïïaamïte dorpen zagtlijk voor onze oogen, en ik maakte met mijnen jongen perk in s reeds ontwerpen, hoe wij, na onze gelukkige terugkomst, dit gelukkig land zouden doorzwerven.

Wak-

Sluiten