Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'22

MORAVIËN.

fteen, die in dit Markgraaffchap valt, en waarvan men fomtijds , zo men wil, gantlche menfchenbeelden vindt.

De ruime bosfchen geeven goede gelegenheid tot het houden van veele honigbeiën , en leveren niet minder wolven, beeren , luipaarden i enz. op : men ontmoet in Moravicn ook bevers.

Groeven van marmerfteen, diamanten, en andere edele gefteenten zijn er mede in eene ruime hoeveelheid ; er valt ook ^wavel , aluin , vitriool en falpeter; men vindt er ook zuurbronnen, enz,

Het aantal fteden, vlekken en dorpen, die in Moraviën gelegen zijn, wordt , even als dat van Bohemen , ( zie bladz. 8 , ) zeer verfchillende ppgegeevea; op de eene kaart telt men 4a groote en bemuurde fteden, 17 kleine of opene fteden , en 197 marktvlekken: de Heer keijzleh. leeft zig de moeite gegeeven om de dorpen, landhoeven , herbergen, enkelde kerken en kapellen, op de kaart van hulleb. te tellen, en het getal daarvan niet hpoger als tot 2400 doen loopen , fchoon een vriend van den beroemden Geographist busciiing, op die zelfde kaart, 3870 marktvlekken , dorpen , landhoeven , en verder aangeweezene plaatfen opgeteld heeft. In den Tegenwoordigen ftaat van alle Volken , leest men , op het artijkel Moraviën, 't volgende : ,, 'T is doorgaand? 3, wèl bewoond, en men wil dat er 11 o fteden, 411 vlekken, 500$ 3, floten , mitsgaders 303Ó9 dorpen in gevonden worden."

Het Moravifche wapenfchild , is een van zilver en rood gefchakeerde Adelaar , op een blaauw veld : anderen omfchrijven deezen Adelaar aldus: ,, Een witte gekroonde, zijne tong uitfteekende, 'en zijne vleu„ gels uitbreidende Adelaar , waarop een rood fchaakfpel." Op het wapen ftaat een Markgraaflijke kroon, fomtijds . met, fomtijds zonder ïijksappel; anderen echter zeggen,dat op het fchild met goud gekroond, een Adelaar Haat , getekend als in het fchild : de wapenhouders zijn -iwee leeuwen , op de kopere munten \ of fomtijds omringt een Engel, of Eergeest, het met een wierookvat en tulpen, terwijl menschlijke borstbeelden het onderfteuneu.

Van den aart en zeden der inwooneren getuigt men, dat ze daaromtrent met die van Bohemen overeenkomen, met welken zij ook een zelfr «Ie fpraak gebruiken — men fpreekt van de Moraviërs zo veel tot lof ta laster , (naar dat elk jegens hun gezind geweest is,) dat het knnst zou zijn te zeggen wie dit volk best getroffen heeft: erqwn zegt van de Moraviërs, dat het volk eenvoudig is om mede pmtegaan; 't zijn dappere lieden, en het Land geeft goede foldaaten.

Moraviën draagt omtrent een derde gedeelte van de lasten die Bohemen opgelegd zijn: tot onderhouding van den ftaat van oorlog, van de gezamentlijke Oostenrijkfche Erflanden , betaalt dit Markgraaffchap jaji^jks 185049° florijnen..

Sluiten