is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven aan Emma over de philosophie van Kant.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

% C 69 ) o**

fchap, in eiken ftaat, waar op veelen gewerkt wordt, wordt zoo gewerkt.

Doch ik herhaal het hier weder, dat dit alles niet tegen Kant, dien gij om zijne autonomie zoo liefgekregen hebt, maar tegen het misbruik van zijne zedelijke Philofophie gezegd is,

,, Maar zo was zij dan toch voor de Philofo„ phen, die lichten der waereld, die dan we,, derom anderen verlichten, en op den regten

„ weg brengen kunnen?" Kunnen? Nu

ja ; maar ook zullen ? Gij hebt

zekerlijk het einde van Mufarion al vergeten? Zo moet gij het mij vergeven, dat ik u aan dit kinderfprookje , aan den grooten en de kleine knapen herinner. Het gebeurt dikwijls, dat de Artfen menig een bewijs voor de genezende kragt van de Koffij vinden, als zij die gaarn zelve drinken, en tegen den wijn uitvaren, omdat zij die niet drinken; zou de Philofophen ook niet wel zoo iets menfchelijks overkomen ? De rede, die van deze of gene neiging is omgekogt , wordt dikwijls de voorfpraak dezer neiging; en wie zijn dierbaar ik boven alles fchat, zal zekerlijk informa bewijzen, dat eene zedekunde, die leert, dat men dit ik vergeten moet, geene zeE 3 de-