is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeven van een præparatoir en peremptoir examen, volgens synodale resolutien.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRJBFARATOIR E XA MEN. 7J

V. Maar hoe ka.n men iemand eens anderens fc'iuld toerekenen, in wièn hij niet daadlijk is?

A. Wij zijn in Adams lendenen tegenwoordig geweest, dewijl wij uit het zaad van Adam gebooren ziju Hand. 17: 26. gelijk Levi ook niet perzoonlijk tegenwoordig > was, toeu Abram aan Melchizedek tiende gav. Hebr. 7:9.

V. Maar 't is geene rechtvaerdigheid, iemand, om d* zonde van eenen anderen te ftraffen?

A Dit is volftrekt waar ; maar wij worden niet geftraft, om de zonde van eenen anderen, maar om eigen zonde, die wij in Adam gedaan hebben.

V. Wat noemt gij zonde?

A. Alle overwinning van de zinlijkheid over de reden % of alle ongelijkvormigheid aan Gods wet. Die nu is erv. en daadlijke zonde

V. is 'er erv- zonde?

A. Ja; eene erv fmet, waar door alle menfchen , bij hunne geboorte, onrein en walgelijk ter waereld komen.

En eene erv - fchuld, waar door alle menfchen , van hunne geboorte aan, onder den vloek en ftraf der zonde liggen.

V. Waar uit bewijst gij die erv-zondu?

A. 't Is noodig die te bewijzen, om dat dezelve door dè Pelagianen, Socinianen, Remonftranten, en veele Doopsgezinden gelochent wordt, en dat met veele haatrijkheid ; men noemt die de Auguftijniche of Calviniaanfche erv - zonde

Dan het is eene Bijbelfche erv-zonde, om dat die daarin duidelijk geleert wordt. Gen. 6: 5. ó. 8 : 21. het gedichtzei der gedachten des menfchen,is,ten allen dage, van zijne jeugd aan, alleenlijk boos.

Adam, die Gods beeld droeg, bragt, na het verliezen van Gods beeld , eenen Zoon, naar zijn beeld, te voorfchijn Gen. 5: 3. Job 14: 4. Pf 51: 7. Joan. 3 : 6: Eph. 2: 3. qualis causfa, tahs cffecVjs. is een bekend zeggen ; is nu de oorzaak bedorven, zij deelt dat bederv mede aan het gewrocht.

V. Maar hoe ftrookt dat me: d ; verklaaring van de kinders, als onfchuldig. Pf. ioö".- Jon 4: 11.?

A. Zi; zijn zoo fcnuldig niet, als die geenen, welken tegen licht en pligt aan zondigen, dan zij fterven als kinderen.

E 4 V, Maat