Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t 33 )

genoemde Heer aan zulken zijn onderwijs heeft „ konnen kwijt worden: doch dat gaf mij moed, „ om zulk een moeilijk werk met vrucht voort te „ zetten: en in die verwachting vind ik mij niet „ te leur gefield, om hunne verftandelijke vermoi9 gens, met anderen egaal, verder op te fcherJ} pen, waar in Mörser uitblinkt in het aanne„ men van de gegevene lesfen.

(was getekend)

Groningen

den 20 Meert 1792. M. van OLM.

mede Lid.

Ondergetekende verklaart, dat Elzenerus Helmig, federt anderhalf jaar, zich in de Te„ kenkunst oefenende, ongemene vorderingen heeft „ gemaakt. Voor zijne komst in Groningen te„ kende hij, en fchilderde, Wajerbladen , doch „ door behulp van een Ingenieurs tekenglas; dus s, alles naar modellen naapende; en was buiten „ dit hulpmiddel niet in ftaat iets, hoe gering ook ,' naar 't oog te tekenen. Hij moest dus allegron5, den der rekenkunde leren, waar in hij grote„ ïijks daagde, en nog dagelijks voort gaat. Hij „ bevindt zich thans indaat, om aan anderen, zijne gedachten over printen en fchilderijen, door te-

Sluiten