Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s6 KORTE BESCHOUWING der

oud zijnde, bevond zij zig nog volmaakt wel en droeg nog denzelfden moederiing,

Ruysch (*) merkt aan ,"dat eene volkomen uitzakking der baarmoeder geen plaats kan hebben, zonder dat tevens de pisblaas uitzakt, wijl deze beide ingewanden zo nauw zamen vereenigd zijn. Dat dit in de daad zo is, bewijst de • waarneeming, welke ik zo even verhaald heb. Na dat ik de baarmoeder te deeg week gemaakt had, bemerkte ik, toen ik dezelve'inbragt, eene zeer duidelijke fluctuatie, welke in een punt des omtreks vrij aanrrierklijk was. In het eerst dacht ik, dat het eene lijmphatieke verzaameling in het celleweefzel van de fchede der lijfmoeder zou kunnen zijn ; maar toen ik er met den vinger op drukte, liep er eer.ig vogt uit de opening der pisbuis, hetwelk niets anders dan pis was; dit was een duidelijk bewijs, dat de blaas met de baarmoeder b j de uitzakking gevolgd was. Deze verplaatzing der blaas1 van haare natuurlijke plaats kon niet gefchieden , zonder dat tevens de bisbuis van bóven naar beneden moest gebogen worden en deze bogt kon ook gelegenheid tot vorming van den fteen gegeven hebben, want de pis kon niet dan met veel zwarigheid door deze bogt loopen, en moest er ook te lang vertoeven. Daarenboven drukte de grootte en de omtrek der uitgezakte baarmoeder de pisbuis zamen: deze drukking hield de pis zo veel te langer in de pisbuis en door het verblijf der pis ontftond zonder twijfel deze fteen (k).

(*) Tkefaurus anatomicus, lib. 8. no. 102. p. 25. £f feq.

(£) [Het is zeer natuurlijk, dat, wanneer de Baarmoeder saar onderen of zelfs buiten de fchede zakt, de blaas als dan volfhektlijk mede zal doorzakken; eensdeels om dat dezelve aan de voorfte oppervlakte der Baarmoeder, door een celachtig vlies verbonden is» en dus, wanneer dit deel naar onderen zakt, aUcnvaarfchijnlijkst zal mede gevoerd worden ; maar ren anderen en wel vocrnamentlijk , cm' dat

Sluiten