Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o VERHANDELING over du

man, die ons wil doen gelooven, dat onze blaas een lantaarn is.

Na dat men zich nu eenigen tyd van fmeltende kaarsjes bediend heeft, gaat men, gelyk reeds gezeo-d is, tot de verteerende of bytende kaarsjes over; doch is deeze praktyk wel zeker? loopt men geen gevaar, dat deeze bytende kaarsjes, wanneer dezelve op zulke plaatfen komen daar of ongelykheden, of zogenaamde zoompjes zyn van de lidtekenen van voorafgegaane zweeren, of daar zichvleefcbige uitwasfen bevinden ,de pisbuis beichadigen zullen ? zekerlyk ja : en daarom raad ik het gebruik aan'van de holle kaarsjes, waar van men zich tegenwoordig ongelukkig in 't geheel niet bedient, 't zy dat men dezelve niet kent, of dat men zich de moeite niet wil geeven, om ze te maaken. Door behulp van deeze kaarsjes bewaart men de pisbuis voor de bytende kracht van de verteerende kaarsjes, en bereikt aldus volkomen zyn oogmerk, zonder eenige fchade te wege te brengen.

DERDE AFDEELING.

Voorfchrift van de Mie Kaarsjes.

jVl en maakt dezelve op twee manieren : Men neemt een gladden cylinder van yvoor of ftaal, wel. ken men met olyf - olie befmeert, waar na men het linnen doopt in de Compofitie van de eenvoudige of verzachtende kaarsjes, welke algemeen bekend zvn en waar by eene once Antimonium crudum , op een porphyrfteen fyn gewreeven, gedaan wordt, en het dan om denzelfden cylinder rolt; zodra de Compofitie koud geworden is, trekt men 'er den

Sluiten