Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN LANDSPEL. 37

den, en ftrek bij het late nakroost tot een gedenkteken onzer liefde.

(De boom ftaat. Zij drogen Men, in plechtige Jlilte, hunne ogen af, en omarmen elkanitren. Sophia bint het lint, dat Frederik. haar gaf, aan den eerflen boom , en omflingert ook de anderen daarmede.)

JACOB.

Zegt nu, zou niet een ieder van u, voor onzen Stadhouder, en voor het geheel vorttelijk huis zo willig zijn leven ten besten geven, als ik, arme man, deze bomen?

CHRISTOFFEL.

Van harten.

DE ANDEEEN.

Gaarne, gaarne.

JACOB.

Geene onmatige imposten drukken ons, geene onrechtvaardige wervingen nemen onze jonge lui van de ploeg weg,maar onze harten willen goed en leven voor 't vaderland, met vreugd, ten offer" geven. Die fchat is onuitputtelijk J die macht onoverwinnelijk'

ALLEN.

Zo denken wij allen.

JACOB.

Kindeven, dat is een heerelijke dag! — Ik

ze-

Sluiten