Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*7

BOER.

Men paard, me lieve beest? en dan dat mooije karretje?

japik.

Ja, Baas! zo as ik je zeg. Ik zou om geen geld van de worreld willen liegen. — Ze hadden het noodig om eP mee te rijden, zeiden ze. — Maar, daar is nog meer ge„ beurd, Baas 1 toen ze je koeijen en je paard weggenomen hadden, bepreepen de Engelil-hen, datje geen hooi ook meer noodig had, en daarom hebben ze je heele zolder leeg gemaakt en de hooibarg ook ! — o , Die Engelfchen zijn zo ooilijk.

BOER.

Die helfche dieven!,

japik.

Word niet boos, mijn lieve Baas! Vervolgens hebben ze je dogter genomen, — en — en —-

boer.

Mijn dogter ? Wel nou ?

japik.

Ja, Baas! daar hebben ze zulke wonderlijke dingen mee gedaan, dat ik het niet vertellen durf. Je weet ik

ben nog ongetrouwd. . Maar van je Wijf, dat ken

ik je wel zeggen, die hebben ze bezijden de fchoorfteen. opgehangen,

boer, met de bitterfle fmart.

Och! och! men armé Wijf. Was er dan geen

kans, Japik! om ze aftefnijden ?

IA-

Sluiten