is toegevoegd aan uw favorieten.

Immanuel beschouwd in zyne oorspronglyke godlyke natuur, en aangenoomene menschelyke natuur.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 90 )

fing deelagtig waren, en de dierbaare heilvrugten daarvan bezaaten.

Maar helaas! hiervan zyn nog verftookeri allen, die het verftand des vlee/ches niet willen buigen onder de gehoorzaamheid des Geloovs in Christus, — allen, die nog lustig en rustig in de zonden bly ven voort leeven.

Immers, die niet erkennen willen, dat Te' fus voor de zonden geleeden heeft en geftorven is, in dier voegen, dat in zyn blued waardgtige verzoening is, en in zyn dood de geregtigheid en het leeven, hoe kunnen die de verzoening en Zaligheid in Christus zoeken? — en hoe zouden zy, wiende zondedienst nog liev en aangenaam is, regt heil, begeeng kunnen zyn, om in de kragt van Jefus Zoen-üffer van dezelve vry gemaakt ta worden, om dus tot God gebragt en Gode dienstbaar gemaakt te worden ? Zulke menfchen overzulks mogen den naam van Christenen draagen : maar ze leeven waarlyk nog als zonder Christus, in deze waereld: —, En ach! hoe ongelukkig; want daar in Jer fus, uit kragt van zyne gehoorzaamheid tot den Cruis-dood, alleen en in volheid, is de genade der regtvaardigheid en desleevens, daar zyn zodaanige menfchen hier van dan nog verftooken: immers om dat zy den Zoone Gods geloov en gehoorzaamheid weige-' ren, daarom blyvd nog de toorn Gods op hen rusten; want zy die niet gelooveu, zyn aireede veroordeeld, Joh. III: vs. 18.

En daarom wy niet alzo Gelievden! maar laat ons integendeel, weetende, dat wy 't verderv niet ontvlieden kunnen, in dien we

op