Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o #fcfc^=ü^=fê^

die daar weet, dat zy voor de Eeuwigheid is,—• die een levendig Bezef van haare aanftaande Verhuizingc, en van haare wezcntlykfte en eindelooze Belangens op het Herte draagt —> wat kan zy verwagten van alle het verganke]yke en onbeftendige? voor al in dat geene wat de Begeerte van eenen onfterffelykeh Geeft verzadigen, en zyne Behoefte voldoen kan? Overweegt zy met een godvruchtig Gemoed, dat alle het ondermaanfche haar eens zal ontvallen, ■— dat een ijdcr Menfch, hoe vajl hy Jlaat, enkel Tdelheid en bepaalt van Vermogen is; Waarlijk, te vergeevs verwacht zy het van de Heuvelen, ende de Meenigte der Bergen, Jerem. 3. vs. 23. van Menfchen, die zelve niets anders zyn dan een ingeboogen Wand, een aangeftooten Muur, Pf. 62. vs. 4. — en welkers Vertroofting veel'tyds moejelyk, haare Hulpe zonder Kracht is, by dewelke geen Heil, en vecltyds gecne Trouwe, geene Weldaadigheid gevonden word. Hofea 4. vs. 1. Wat is het dan, dat men zyn

Herte

Sluiten