Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iv O P D R A G T.

vergenoegen^ en vroolyke dankbaarheid , dat ik niet myne zeer waardige Ambtgenooten, met de verdere Leeden van de Eerwaardige Kerkenraad, en met alle de Leeden van myne dierbaare Gemeente, met zoo veel liefde en vriendfchap hebbe mogen verkeeren, dat ik my zeedert al dien tyd geen weezentlyk misnoegen erinneren kan: maar wel dat ik vry algemeen zoo veele blyken van toegeneegenheid hebbe moogen ontvangen, dat het in my een onverfchoonelyke ondankbaarheid zoude zyn, wanneer ik van myne zyde geen poogingen wilde aanwenden, om dezelve zoo veel in my is te beantwoorden. — Hoe ik my in dien verluopen tydt in myn heilig dienstwerk gedraagen hebbe, en hoe ik myne gaaven en talenten ten uwen nutre hebbe zoeken te gebruiken , is u allen bekend. Maar moogelyk zyn 'er meer dan een die wel eens by zich zeiven denken, dat ik hen in hunne huizen wat meer behoorde te bezoeken. Ik wil myne ge* brekkigheid, gelyk in meer opzichten, ook in 't byzonder hier in wel erkennen , en verzoeken dat uwe liefde my desweegen verfchoone! Maar vergun my ook, Waarde Gemeente! dat ik by deeze geleegenheid openlyk betuige, dat dit echter by my niet veroorzaakt word uit gebrek aan liefde, veel minder uit eenige kleinachting omtrent iemand: neen, maar myn lichaamsgeftcl, gelyk veelen uwer niet onbekend is, Iaat my dit zomwylen niet wel toe. Myne natuurlyke neiging breng: hier ook ieis meede, en veroorzaakt

dik-

Sluiten