is toegevoegd aan uw favorieten.

De geordende en gelukkige huishouding, aangeweezen [...] in agt zeedenkundige leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OMTRENT HUNNE HEEREN OF MEESTERS. 200

zijnen Heer, of Vrouwe niet kent, en ook die van den Allerhoogften niet eerbiedigt. Ben ik een Heer , waar is mijne vreeze ? vraagt God daarom bij Mal. I: 6. en daarom vordert ook Petrus ter ftraks genoemder plaatze van de menfchelijke Dienstknegten, dat deeze met alle, met alle betaamelijke vreeze zullen onderdaanig zijn; gelijk Paulus ook zo verklaart i Tim. VI: i. dat de Dienstknegten, die onder't jok zijn, hunne Heeren alle eer waardig moeten achten. Maar waarin ? Hierin A. A. dat zij een behoorlijk inwendig ontzag hebben voor derzelver perfoonen en gezag, als die door de beftelling van Gods hand daar meede over hen zijn voorzien , om hen in hunnen ftaat in orde te houden , of te brengen, wanneer zij hunnen pligt niet zouden nakoomen. Dit ontzag moet hen , als Jofeph doen vreezen om hunne Heeren of Meesters niet te vertoornen, en veel meer hen terug houden van deeze te verachten, of zelfs kleen te achten ; en inteegendeel aanzetten, om te tragten hun in alles te behaagen. Hierom wil Paulus , dat Titus de Dienstknegten vermaanen zou, dat zij in alles welbehaaglijk zouden zijn, Hoof elft. II: 9. En hebben zij zig vrijwillig aan hunnen dienst verbonden, zo behooren zij, zo lang zij daarin zijn , zig bij aanhoudenheid onderworpen aan dezelve te gedraagen , uit aanmerking van O de